Auteursarchief: admin

History files: Meningitis outbreak Kajo-Keji in the 1940s

I finally took some time yesterday to do some more digging in the documents that I gathered about the history of the early Anglican missionaries in Kajo-Keji, South Sudan (1929-1945). I came across a short article by CMS missionary Dermott Kerr who lived in Kajo-Keji from 1940-1945. It talks about an outbreak of ‘Cerebro-spinal meningitis’ and it has some moving passages. It seems to speak more to us now I would think with the current Corona crisis. Of course there are many differences between then and now but our faith and trust in our caring God is (or should be) the same! I hope the following quotes will be an encouragement for you today.

Fear
“It was a Sunday morning last November. A tired group of young schoolboys, with fear written on their faces, sit outside their dormitory hut. They have been all night there, afraid to sleep inside because of the swift death of two of their fellows… [-]. Cerebro-spinal meningitis has broken out again, in the school this time, after a year’s respite.”

Prayer
“Is it any use to hold the usual early morning Prayers with these lads as they sit there? We try. The hard blank faces of the past night slowly change as the favourite hymn: ‘In the sweet bye and bye‘ gives out it poignant message. Not for the first time has the good news of an Almighty Father and a Saviour who has prepared a place after death for all who trust Him, transformed the cheerless scene, and diffused a warmth and growing light like the dawn over our eastern hills.”

Overcoming fear
“Such a time has its bright spots. When a grave had to be prepared hurriedly, and workmen were afraid to dig it, fearing they might be asked to bury the body, the [Sudanese] Station teachers got down to it and spent the whole Sunday afternoon… [at the burial place]”.

Teachers at the school in Kajo-Keji

Those words of Jesus kept ringing in my ears
“Just before Christmas when we thought it had left the Station, a Houseboy caught it badly, but recovered. On his return this was his testimony: ‘When I was being carried off that night to the quarantine place I could not think clearly; but the words that I had come across earlier in the day from St. John stuck in my head, Ye believe in God, believe also in Me. I go to prepare a place for you. And when the pain was very strong I thought, If God wants to take me, it is well; if He want to let me live longer, it is well also, and those words of Jesus kept ringing in my ears.”

That the Church may be awakened
“Dawn has broken, and with the New Year, new hope has come. [-] But prayer is still needed that the same Guide who led the school trough its dark night, will lead the district through the famine that it is again facing now, and that the Church may be awakened to fresh repentance and renewal through its suffering.”

Van elkaar leren in de wereldkerk

[Uit onze laatste nieuwsbrief van mei 2019] We kijken terug op goede jaren in Zuid-Soedan (theologisch onderwijs van 2010 tot en met 2015) en in Kampala (van 2016 tot april 2019, Mirjam als leerkracht op een internationale school en Jaap als regiocoördinator).

De vraag die is ons al die jaren heeft beziggehouden is: Hoe kunnen we als christenen (en als mensen) in Oost-Afrika en Nederland echt met elkaar verbonden zijn en met en van elkaar leren? Wij in Nederland hebben de neiging te denken dat we niet zoveel meer hoeven te leren en we hebben vaak weinig verwachting dat we iets kunnen leren van Afrikaanse christenen. De realiteit is echter anders.

Er gaat veel fout in de kerk in Zuid-Soedan, DR Congo en op andere plekken in oostelijk Afrika. Soms zijn de preken heel moralistisch, soms kijkt men alleen om naar mensen van de eigen groep en soms is christen-zijn vooral een etiket met weinig inhoud. Naar onze bescheiden mening kunnen we hetzelfde zeggen van Nederland: soms zijn de preken heel oppervlakkig en naar binnen gericht, soms heeft de kerk geen enkele uitstraling naar buiten toe en soms is christen-zijn vooral een etiket met weinig inhoud. Daarom hebben we elkaar nodig in de wereldkerk en daarom moeten we elkaar scherp houden en van elkaar leren!

Wat hebben wij geleerd van de kerk en van christenen in oostelijk Afrika? We noemen een aantal punten.

• We leerden van Zuid-Soedanese christenen wat het is om in afhankelijkheid van God te leven. Als je alles achter je moet laten en op de vlucht moet slaan, dan wordt pas echt duidelijk Wie de bron van je hoop is.

Familie en gemeenschap is belangrijk. Je kunt niet zonder. Onze Afrikaanse broeders en zusters baden regelmatig voor onze kinderen en familie in Nederland. Ze wisten ook dat we hen misten.

• Meer dan ooit zochten we naar een manier om ons geloof te verbinden met het onrecht dat je om je heen ziet en hoort. Dat was vooral in Zuid-Soedan aan de orde. De woorden van de profeten in het Oude Testament pasten goed in die context. Daar wordt ook gesproken over een God die recht zal doen. Je kunt niet zomaar ongestraft je gang gaan. Eens zul je je moeten verantwoorden.

• We ontdekten opnieuw dat blijdschap en levensvreugde niet vast zit aan rijkdom en het hebben van spullen. Soms heb je de indruk dat het omgekeerde ook waar is: als je veel hebt, ben je vooral dáár mee bezig en vergeet je te genieten van het goede dat God geeft.

Missie en Migratie

Een van de fascinerende bewegingen in de verspreiding van het christelijke geloof is de samenhang tussen zending (missie) en migratie. In juni 2019 (5 t/m 8) was ik bij een conferentie over dit onderwerp in Liverpool. Hierbij een verlaat verslagje. Bepaalde namen van mensen die een verhaal hielden zijn expres weggelaten.

De titel van conferentie was ‘Christians from Global South & Diaspora Missions in Europe’. We waren te gast bij Liverpool Hope University. Dit is een samenwerkingsverband van rooms-katholieken en anglicanen (uniek in Europa, zo wordt gezegd). We begonnen de conferentie met een Indiase maaltijd. Daarna een Evening Prayer door pastors en een koor van de MarThoma kerk in Liverpool. Het is een kerk uit India die teruggaat op de apostel Thomas. Ze zongen een prachtig oud lied in het Syrisch/Aramees. Dat was ontroerend.

De conferentie werd geopend door de vice chancellor van Liverpool Hope, Prof. Pillay. Hij zei dat migratie er altijd al was. People have always moved. Het gaat erom hoe we er als kerk mee omgaan. De katholieke kathedraal in Liverpool zit nu elke zondag tjokvol, omdat er 800 Filipijnse verpleegsters in en rond Liverpool werkzaam zijn. De meeste zijn katholiek. Er worden ook missen in de Poolse taal gehouden. Migranten brengen soms een ‘zekerheid’ van geloven mee, die wij wat kwijt zijn. Denk in kansen en niet in bedreiging.

De Anglicaanse bisschop Michael Nazir-Ali (oorspronkelijk uit Pakistan) sprak over de Biblical & Missiological meaning of Diaspora. Ik heb hem al eens in Zuid-Soedan ontmoet en voelde me toen qua intellect al een kleuter aan de voeten van een reus! Bsp Michael gaf een fascinerend expose over de Bijbelse dimensies van migratie. We zien veel mensen bewegen in de Bijbel, beginnend bij Genesis 3. Dat is een beweging die doorgaat. De vraag is telkens hoe het Evangelie relevant gemaakt kan worden in de nieuwe situatie.

Bsp Michael daagde migrantenkerken uit om zich niet alleen op ‘eigen mensen’ te richten, maar juist ook op autochtonen en andere diasporagroepen. Daar liggen veel kansen. Hij gaf het voorbeeld van een Chinese kerk in Londen die allerlei overheidsmensen uitnodigde voor de viering van Chinees Nieuwjaar. Die mensen zouden niet zijn gekomen op een uitnodiging van de Anglicaanse parish, maar omdat het Evangelie nu verpakt was in een ‘ander’ (Chinees) jasje, waren ze wel geïnteresseerd! Daar liggen mogelijkheden die we eerder niet hebben gezien.

Dr. T.V. Thomas keek in de devotion naar het boek Handelingen vanuit een migratie­perspectief:
a. Het is een beweging van gewone mensen (8:1; 11:9).
b. Het is een beweging met een impact voor het Koninkrijk (8:4). They whispered the Gospel to others.
c. Het is beide een lokale & een globale beweging (= glocal). Gods zending is allebei.
d. Het een een cross-culturele bediening (11:19 eerst Joden; dan verder, vs 20).
e. Het is een partnership-beweging (kerk in Antiochië zendt Paulus & Barnabas uit).

De Duitse prof. Klaus Korschorke gaf een historische lezing over Migration and Missions. Historical Perspectives. Interessant verhaal. Hij liet vooral zien dat onze beschrijving van de zendingsgeschiedenis vooral Euro-centrisch is en was. Hij kwam met boeiende voorbeelden:
– Vroege kerk: de apostolische missie van Paulus was de uitzondering. De normale manier van zending was via anonieme christenen.
– Middeleeuwen: wij praten vaak alleen over de Latijnse en de Byzantijnse kerk, maar er was ook een centrum in Azië: de Nestoriaanse kerk. Die breidde zich uit via koopmannen en monniken via de zijderoute.
– Reformatie: Er was in die tijd al een katholieke koning (Alfonso) in Congo. Via Congolese slaven (!) verspreidde het evangelie zich naar de de ‘nieuwe wereld’ (Amerika).
– Moderne tijd: het evangelie was al in China en Korea voordat de Westerse zending daar kwam. De diaspora speelde hierin belangrijke rol.
Conclusie: “Globalization” of Christianity is not identical with the process of “Europeanization”. There has always existed a plurality of regional centers of expansion, indigenous initiatives, cultural expressions and confessional versions thus making Christianity a polycentric movement from the outset.

Richard Harvey (All Nations Chr. College) sprak over Jewish Diaspora in Europe. Hij begon met een biografisch verhaal over zijn familie. Dat was erg boeiend. Daarnaast veel informatie over de Joodse diaspora.

Iemand had een boeiend verhaal over Cultural and Family Dynamics in British Gujarati Conversion to Christianity. De Gujarati is een meer rijke elite ‘klasse’ in India. Ik luisterde erna als een case study. Er zaten voor mij 2 leerpunten in: (1) hoe bereik je als kerk/zending mensen die groep mensen die ‘alles al hebben’? We zijn goed in het bereiken van armen, maar niet de rijken. (2) De Westerse, individualistische focus op bekering werkt(e) niet voor de Gujarati (en niet voor veel mensen voor wie de groep de norm is). Hoe bereiken we hen met het Goede Nieuws?

Alan Tower over International Students in Europe. Veel getallen en veel kansen. Aantal internationale studenten in Europa neemt toe, maar er gaan ook steeds meer studenten naar Azië, vooral naar China! Ik geef de kansen en mogelijkheden even door:
1. Many countries within the 10/40 window are closed and difficult to reach. However, through International Student Ministry and migration to reach people from such countries and rather than ‘us’ having to go to ‘them’, ‘they’ are coming to ‘us’.
2. Partnerships with local Christian organizations and churches are increasingly important for effective International Student Ministry and remains one of the bigger challenges.
3. We need to rethink how mission can be done amongst international students. E.g. in France, missionaries should become increasingly familiar with the cultures and beliefs of Indian, Russian, and Chinese students, as these three nationalities will become the focus of international student recruitment to France.

Halverwege de middag hadden we een tour van de Anglicaanse kathedraal in Liverpool. Dat was heel boeiend en mooi. Er hangt nu een hele grote wereldbol als een soort kunstwerk.

The World at Liverpool Cathedral

Toen een toespraak van Joel Edwards (WEA) over Diaspora experiences & Missions.
Reverse mission is not really happening yet (wel bereiken van eigen groep, maar niet van host communities). Migrantenkerken hebben er wel voor gezorgd dat de zichtbaarheid van christenen is verhoogd in de samenleving!
How present a positive Gospel if you have a negative image as an immigrant? You can’t be a minority missionary without realizing how others (i.e. majority) perceive you.
It’s all about Jeremiah 29: bless others AND remember who you are and where you come from.

’s Avonds een Chinese maaltijd in the Liverpool Chinese Gospel Church. Daarna worship door de Chinese kerk, maar dat was niet helemaal geslaagd wat mij betreft. We zongen Graham Kendrick-achtige liederen: zij in het Mandarijn, wij in het Engels.

Dr. Peter Vimalasekaran over Vluchtelingen in Europa: uitdagingen voor de Europese kerken. Een paar citaten:
– ‘As a global justice issue, the problem of refugees cries out for understanding and action’
– UNHCR: 68.5 million people around the world have been forced from home. Among them are nearly 25.4 million refugees, over half of whom are under the age of 18. 85% stays in developing countries.
– Refugees challenge the nominalism in Eur. churches.
– Christians need to advocate for social justice for refugees.
– National churches & migrant churches need to work together as co-equals.
– We need to accept diaspora missionaries & missions as co-equal partners.
– Should not be about inclusion (no adjustment) or integration (full adjustment) but interclusion (= new word).

Iemand over de Iranian Diaspora. Geweldig veel mogelijkheden. Oogst is groot, werkers te weinig. Paar punten:
– Schatting van aantal Iraniërs buiten Iran: 5 miljoen. Daarvan zijn er ca. 36.000 in Nederland.
– Redenen om Iran te verlaten: vanwege onderwijs, politiek, economie & religie.
Reliable data on the numbers of Farsi-speaking believers in Europe is difficult to confirm, but one estimate notes that there have been over 21,000 baptised in 22 countries (not including Turkey) in the last 30 years.
– Deze is interessant: “In Germany and the Netherlands there are numerous anecdotal reports from local church leaders who say that the presence of refugee believers has brought their dying churches back to life“.

Mevr. Zaza Lima over zendingswerkers vanuit Latijns-Amerika die moslim vluchtelingen & migranten in Europa willen bereiken met het evangelie. Case study vanuit Spanje. 4 strategieën:
1. Marginality and Vulnerability: our Reality
2. Hospitality and Solidarity: our Shared Table
3. Friendship and relationship: a Place of Reconciliation
4. Dignity and Community: our Common Identity

’s Avonds waren we te gast bij een Nigeriaanse kerk in Liverpool: Temple of Praise. Zij doen indrukwekkend veel in de eigen omgeving. Ze zitten vlakbij Anfield stadion.
Prof. Andrew Walls (91 jaar!) hield een korte lezing over African Christianity. Dat blijft een belevenis! Hij stelde dat de slaven vanuit Afrika een Afrikaanse vorm van christelijk geloof naar ‘the Americas’ brachten. Er zijn een paar voorbeelden van voormalige slaven die vervolgens als zendingswerkers weer teruggingen naar Afrika.

De van oorsprong Nigeriaanse Israel Olofinjana (baptistenvoorganger in UK) had een mooie bijdrage over African Diaspora Christianity in Europe: Mission Initiatives and attempts at Evangelising Britain. Zijn conclusie (vet is van mij): “African Christians have been engaging in mission in Europe for more than a century therefore their contribution to Diaspora Missiology is not a new phenomenon. In essence, it is mission theologians and scholars who are recently realising their contribution to mission studies. This paper has argued that there are different types and profiles of African churches in Europe therefore any scholarly conclusions that caricatures them as a homogenous unit is not robust enough [-]. Lastly, is the articulation that there are different mission initiatives used by African Christians and churches in their attempt to evangelise Europe. Some do this through media processes and transnational networking, while others evangelise and plant churches. Some of these initiatives reach only Africans while others reach a multicultural“.

We sloten af met een mooie avondmaalsdienst geleid door prof. Daniel Jeyaraj. Hij gebruikte de liturgie van de kerk van Zuid-India.

Een paar korte observaties van mijn kant:
1. Twee punten raakten me vooral in deze conferentie:
a. Het is goed om de geschiedenis erbij te betrekken en dan te beseffen dat migratie en diaspora van alle tijden is.
b. Dit onderwerp heeft veel te maken met identiteit. Wie ben je als migrant? Wie ben je als ‘autochtoon’? Waar hangt je identiteit vanaf? Heeft dat vooral met geschiedenis en locatie te maken? Zo niet, welke factoren spelen dan nog meer een rol?

2. Het is mooi om te zien hoe God dit alles gebruikt tot opbouw van Zijn Koninkrijk. Naast alle moeilijke vragen rond migratie (en die zijn er wel degelijk), gaat Gods werk door. Migratie brengt soms een een ‘spontane zendingsbeweging’ op gang: onverwacht en ongedacht. 

3. De grote uitdaging voor migrantenkerken en -christenen is om zich niet alleen op de ‘eigen groep’ te richten, maar ook op de ‘host culture‘. Er liggen hier nog wel wat blokkades, maar dit is wel een van de meest spannende mogelijkheden wat mij betreft.

A Biblical Theology of Disciple-Making

(Summary of chapter 1 in: Intentional Discipleship and Disciple-Making, An Anglican Guide for Christian Life and Formation, The Anglican Consultative Council, London, 2016)

A. Disciple-making in the OT
Being a disciple in the OT is ‘to walk in all his ways, to love him, to serve the Lord your God with all your heart and with all your soul’ (Deut 10.12–13). That includes keeping to God’s instructions, but also imitating or reflecting God’s character. Israel, as a whole people, was called to that kind of discipleship, by living as the people of YHWH in the midst of the nations, being faithful to its covenant with him, worshipping him alone, and living by the standards of the Torah.

Four
aspects of such practical discipling are outlined here.
(1) The training and mentoring of a new leader
The OT gives several examples of the transition from one leader to another: the role of the older one is preparing, training, and mentoring the younger. Moses has Joshua serve under him for a long time, and gives him both encouragement and warning before passing on the baton of leadership (Deut 3.21–22; 31.1–8). God himself reinforces the lessons that Moses had taught (Josh 1.1–9). Other examples: David and Solomon & Elijah and Elisha.
(2) The discipline of the family
Deuteronomy stresses the importance of the parents’ role in teaching each new generation to walk in the ways of the Lord. This included constant reminders of the story (what God had done) and of the teaching (God’s covenant promises and commandments) (Deut 4.9–14).
(3) The teaching impact of the community’s worship
Israel had its rich and complex system of worship, which should have functioned as a means of discipling in two ways:
(a) The teaching of the priests: Priests not only brought the sacrifices of the people to the altar. They also were responsible for teaching God’s law to the people (Lev 10.8–11; Deut 33.10).
(b) The instructive impact of the Psalms: Simply by repeated singing of the words of the Psalms the Israelites would be shaped in their thinking and practice by the values inculcated in worship.
(4) The shaping function of Scripture
The whole community was to be discipled by hearing and responding to the Word of God (Deut 31.9–13). Nehemiah 8 is a remarkable occasion of community discipling, as the whole law is read through in a week, and trained Levites are on hand to translate, explain, and make clear the meaning of the words read, after which the heads of the families pass it on to their families (Nehemiah 8.12,17).
B. Discipleship in the NT
The accounts in the Gospels of Jesus the Messiah are inevitably foundational in any quest to discover what is distinctively Christian about discipleship. Jesus was doing two main things:
(1) He was giving us a model in his own actions of how to be a disciple-maker;
(2) He was allowing his first disciples to become, for us, a model of how we should respond to Jesus’ call and follow him too.

Jesus the disciple-maker
In Mark’s Gospel we see, first, how Jesus does his training of his followers. In brief we see:
(a) His first calling of the disciples, which is clear & directional, vocational and radical (3.13–19);
(b) His commitment to sharing his life with them;
(c) His intention to give time for de-briefing (6.6b–13, 30–32) and his use of recent events and teachings as an opportunity for further teaching and discussion (4.35–41; 8.27–30);
(d) His willingness to have an inner circle (Peter, James, and John) who would witness more intimately and directly three momentous events in his life (5.37–43; 9.2–8; 14.32–36);
(e) His willingness to expose and rebuke his followers, while being totally committed to their growth and restoration (8.17–21; 9.35–37);
(f) His ability to ask questions which would bring to the surface their wrong motivations or confused ideas (8.17; 9.33–34);
(g) His occasional giving of strange instructions which simply had to be obeyed ‘because he said so’ (but which would make sense later: 11.2–3ff; 14.13–16);
(h) His deliberate policy of letting them see him both in public and in private.
All of these will need to be borne in mind whenever we come to ask the contemporary question: how can we be disciple-makers in our own generation?

Following Jesus: in the Gospels
Secondly, we can see in the Gospels how the first disciples responded to Jesus. Here are the marks of authentic Christian discipleship:
(1) Jesus the teacher – we must listen to his words
We, as followers of the Risen Jesus, are to be students of the words of Jesus, attentive to his living voice, obedient to his principles.
(2) Jesus the person – we must learn from his character
Christian discipleship means modelling our lives and characters on Jesus’ own; it means living his life.
(3) Jesus the leader – we must follow his direction
Jesus said, ‘Follow me’ (Mk 1.17). This then involves the idea that Jesus’ disciples are to set out on a journey – on a journey where Jesus is ‘out in front’ as the leader. We are to go where he leads and to be guided by his directions, even if, like the disciples, we do not always understand where he is leading us.

This following, however, takes the disciples into a mission which will outlast, and in some ways surpass, Jesus’ own ministry. Jesus was quite clear that he not only wanted his disciples to go out and minister as he ministered (Mt 10.8) during his lifetime, but that they would ‘do the works that I do, and in fact will do greater works than these’ (Jn 14.12), and furthermore that he wanted them to teach others to obey all that he had commanded them (Mt 28.19–20).

This journey therefore requires numerous qualities: self-denial, exposure to risks, setting out in faith, sticking close to Jesus, and actively trusting in his guiding. So being disciples of Jesus is an all-encompassing activity, which ‘demands our life, our soul, our all’. And it is this because the person whom we are called to follow is gloriously alive. We are to trust and obey this Risen Lord: ‘listen to his words’, ‘learn from his character’, and ‘follow his leading’.

Following Jesus: in the rest of the NT (1Peter)
So what does the rest of the NT say about discipleship – this following of the historical Jesus, now gloriously raised from the dead? For now we only focus on 1Peter.

One of the most powerful ways to read 1 Peter is to see it as the mature reflections of the same Peter who had been discipled by Jesus:
(a) ‘prepare your minds for action; discipline yourselves; set all your hope on the grace that Jesus Christ will bring you’ (1.13);
(b) ‘do not be conformed to the desires that you formerly had in ignorance’ (1.14);
(c) ‘Now that you have purified your souls by your obedience to the truth so that you have genuine mutual love, love one another deeply from the [a pure] heart’ (1.22);
(d) ‘Rid yourselves … of all malice, and all guile, insincerity …Like newborn infants’ (2.1–2);
(e) ‘For the Lord’s sake accept the authority of every human institution’ (2.13);
(f ) ‘Christ also suffered for you, leaving you an example, so that you should follow in his steps’ (2.21);
(g) ‘have unity of spirit [mind], sympathy, love for one another, a tender heart, and a humble mind. Do not repay evil for evil or abuse for abuse’ (3.8–9);
(h) ‘Since … Christ suffered in the flesh, arm yourselves also with the same intention’ (4.1);
(i) ‘tend the flock of God that is in your charge … Do not lord it over those in your charge … but be examples to the flock’ (5.2–3);
(j) ‘And all of you must clothe yourselves with humility in your dealings with one another’ (5.5).

Peter’s own speech, person, and agenda have so evidently been transformed by those of Jesus. And we too can now be transformed in our own discipleship by observing Peter’s words.

Conclusion
A full analysis of the NT’s teaching on this theme of following Jesus would confirm that Christian discipleship is inseparably linked with both the historical and human Jesus and the Risen and Exalted Jesus. In Luke 24 we see the Risen Jesus effectively emphasising six key themes as essential for his future disciples:
(1) his Resurrection (vv. 34, 46),
(2) his Cross (vv. 26, 46),
(3) the Holy Spirit (v. 49),
(4) the Scriptures (vv. 27, 44),
(5) the Sacrament (v. 35), and
(6) Mission (v. 48).

Luke portrays these six as being the top priorities of the Risen Lord for those who want to follow in his Way. This is Jesus’ curriculum for his training course in biblical discipleship. It would be great if these six themes were each given their proper place within the life of our Anglican Communion.

Gelijkwaardigheid in de wereldkerk

Hoe gaan we met elkaar om als kerken en organisaties binnen de wereldwijde kerk? Ik heb regelmatig 2 Korinthe 8 en 9 gebruikt in lessen en erover gepreekt, maar dan altijd in de context van het delen van geld en middelen.

Een poosje geleden mocht ik op een kerkelijke vergadering spreken ergens in Oost-Afrika en op die gelegenheid paste ik deze hoofdstukken uit de Korinthe-brief toe op partnership. Als titel had ik: ‘The Fellowship of Grace’. Deze twee hoofdstukken gaan over de collecte voor de kerk in Jeruzalem, maar toegepast op de relaties tussen kerken kwam ik uit op deze drie punten. Ik switch nu even naar het Engels:
(1) The priority of grace in our partnership.
(2) There must be equality between us.
(3) When we share together, others will praise God.

Toegepast betekent dat, heel in het kort:
(1) We maken allemaal fouten in een partnerschap. Het gaat erom dat we bereid zijn dat toe te geven en om vergeving te vragen (of het te geven). Er is veel genade (nederigheid en vergevingsgezindheid) nodig in onze relaties.

(2) We zijn gelijke partners. De tijd dat de Westerse kerk de ‘moeder’ was en de Afrikaanse kerk het ‘kind’, ligt ver achter ons. Toch zijn we in het Westen nog steeds gewend vooral te geven en is men in Afrika vooral gewend te ontvangen. Kunnen we dat ook omdraaien? Hebben Afrikaanse kerken de visie om gever te worden en kunnen Nederlandse gemeenten ook werkelijk leren te ontvangen?

(3) Het doel van zending is aanbidding (John Piper). Wat is het geweldig als God geprezen wordt vanwege onze goede relaties in de wereldwijde kerk.

Mission @ the heart of the Church

I preached on Mission last Sunday from 1 Peter 2:9-12 and presented 2 models on how to go about mission(s) in the local church. I think these 2 models are helpful in thinking about missions and church life.

(1) Missions in one of the many activities

 

 

 

 

 

 

In model 1 ‘missions’ is one activity out of many. Traditionally missions then means: supporting missionaries (either abroad or closer to home). Some churches spend more time and resources on missions than others. It all depends where you put the focus.

(2) Misson is the foundation of everything else

 

 

 

 

 

 

In model 2 Mission becomes the foundation for everything. All the activities of the church are motivated by the mission to win people for Christ. In this model mission is not just an activity but it is the identity of the church and it has an impact on all other areas of church life.

Mission @ the heart
It is clear that model 2 is the preferred model. Sharing the love of Christ with those who don’t know Him yet should be the motivation for everything we do in the church. Why? Because our God is a missional God. He wants to put this world right and therefore He sent His Son to save us and we as a church need to continue His mission until Jesus returns.

Holy Communion in Africa

Some time ago I used the article ‘Rediscovering the Eucharist as Communal Meal’ written by Matthew Kustenbauder in my course on African Christian Worship. The article gives some good insights on how Holy Communion is understood in Africa. Here is a summary.

African Meal
A meal is perhaps the most basic and most ancient symbol of friendship, love, and unity; food and drink taken in common are signs that life is shared. In Africa it is rare for people to eat alone — meals are communal activities. Eating a meal together is the most basic way of sharing common life; it restores what has been lost and gives strength for what lies ahead. 

(1) A Meal of Covenant
Perhaps the greatest problem of the church in respect to its mission has been its endless fragmentation. The desired unity among Christians has become an illusion. By sharing in a final meal with his disciples, Jesus united them in a covenant relationship with himself and with one another. Sharing in the sacred meal establishes unity and communion with the one Lord. Africans think of relationship in covenantal terms as well. When two or more persons eat or drink together from the same bowl they have entered into a covenant.
In the Eucharist, we affirm our covenant with Jesus Christ and with others. Practices that exclude Christian members of other denominations from partaking in the Eucharist are a serious hindrance to establishing authentic Christian community.

(2) A Meal of Unity and Peace
African Christianity insists that the Eucharist must be understood communally, not just in terms of Christ and the individual.
In his book, Christianity Rediscovered, Vincent Donovan relates how he “rediscovered” the gospel message among the Masai in Tanzania. Their faithful observance of the Mass moved him deeply. Donovan recalls how he never knew if the Eucharist would be done during his visits to the villages. The elders were the ones to decide. “If life in the village had been less than human or holy, then there was no Mass. If there had been selfishness and forgetfulness and hatefulness and lack of forgiveness in the work that had been done and in the life that had been led, there would be no Eucharist. More often than not, however, there was the will to overcome the community’s weaknesses. By the power of the Holy Spirit they could say together, “This — not just the bread and wine, but the whole life of the village, its work, play, joy, sorrow, the homes, the grazing fields, the flocks, the people — all this is my Body.” 

(3) A Meal of Reconciliation
Another aspect of the African celebration of the Eucharist is the way in which sin is understood communally. Western definitions of sin are often focusing on self, salvation, and one’s own relationship to God. African notions of sin are focused on relationships with others in the community.
In the Zion Apostolic Church in Zimbabwe people are not allowed to participate in the Eucharist until they confess their sins to the elders. The belief is that those who do not confess their sins will be enemies of God for an entire year.
In African traditional understandings, the public naming, condemning, and breaking of sin emphasises the relational aspect of human moral behaviour. Broken relationships are made whole again, a concrete symbol of people’s daily struggle against sin within the community.


(4) A Meal of Mystical Power: Experiencing the Real Presence of Christ
The African tradition offers the West an new sense of the real presence of Christ as mystical power. Africans tend to find spiritual forces actively at work in the world for good and ill.
The Eucharist, however, is not to be considered a thing endowed with mystical power on its own. Instead, its significance lies in the action of an assembly filled with the presence of Jesus. What the assembly does with the elements representing Christ’s body and blood conveys the deepest meaning of the Eucharist. This is because, in the African consciousness, a strong sense of mystical power is attached to the human action of sharing a meal together.
The Eucharist is a communal meal in which Christ is celebrated, and in which Christ gives himself in the form of food and drink. The Eucharist is not just a meal, but a communal act of joyfully celebrating the Risen Christ in our midst and giving thanks to God the Father.

(5) A Meal of Participation
The African church may also enrich world Christianity’s notions of who participates in worship.
During the Eucharist, members of the assembly often bring the elements to the table with celebration, dancing, and rejoicing. The Eucharist meal is not something that the priest or minister prepares alone. The Eucharist is centered on the active participation of the entire community. The real presence of Christ – “This is the Body of Christ” – becomes true only through full participation. African Eucharistic celebrations have a way of preserving individual distinctions while maximizing the participation of all in common worship of God.

(6) A Meal of Hope: Proclaiming Christ’s Resurrection until He Comes
The African church celebrates the Eucharist as a communal meal of hope. A bold proclamation of Christ’s resurrection and firm hope in his return may be found in The Anglican Church of Kenya’s A Kenyan Service of Holy Communion (1989).
Excerpts demonstrate creativity and freedom in adapting the Anglican prayer book using traditional African forms of communal address and tribal prayer.

Is the Father with us?                         He is.
Is Christ among us?                            He is.
Is the Spirit here?                                He is.
This is our God.                                   Father, Son, and Holy Spirit.
We are his people.                              We are redeemed.
Lift up your hearts.                             We lift them to the Lord.

[Blessing]
All our problems          We send to the cross of Christ.
All our difficulties         We send to the cross of Christ.
All the devil’s works     We send to the cross of Christ.
All our hopes                We set on the risen Christ.

Christ the Sun of Righteousness shine upon you and scatter the darkness from before your path and the blessing of God almighty, Father, Son, and Holy Spirit, be among you, and remain with you always. Amen.

The Masai of East Africa express their Christian hope in even more concrete terms. In their African Creed the Masai speak of a journey of faith and hope in God. They speak of how they once knew the High God in darkness but now “know him in the light […] of his word.”
The creed continues with God’s promise in Jesus, “A man in the flesh, a Jew by tribe, born poor in a little village, who left his home and was always on safari doing good, curing people by the power of God,” until finally “he was rejected by his people, tortured and nailed hands and feet to a cross, and died. He lay buried in the grave, but the hyenas did not touch him, and on the third day, he rose from the grave.”
The creed concludes on a note of joy and hope, “We are waiting for Him. He is alive. He lives. This we believe. Amen.”

(7) A Meal of Transforming Love: Serving the Poor and Oppressed
A final important component of the African communal meal is the way in which God’s love compels Christians everywhere to help the poor and oppressed. No one should go hungry while others feast. From the provision of Christ’s common table, the African church delivers a wide range of social services where crumbling government institutions are incapable of addressing people’s most basic needs.
The fact that world Christianity’s vitality is inversely proportional to material affluence is provocative and convicting. Bishop Joseph Ukpo (Nigeria) reminds Western Christians that Christ’s love in the Eucharist must make a difference. He asks, “You who have received Holy Communion… what have you done and what will you do as a result of your participation? Remember, the Eucharistic Imperative is simply LOVE.”
The communal meal of love means that we cannot tolerate poverty, injustice, suffering, religious bigotry, ethnicism, immorality, and hatred in our midst.

Radicaal discipelschap

In het theologische tijdschrift Soteria van december 2017 schreef Sake Stoppels een boeiend en uitdagend artikel over ‘Radicaal discipelschap’, met als ondertitel ‘Vruchtbaar kerk zijn in de eenentwintigste eeuw’ (pp. 49-61).
Ik denk dat veel in dit artikel niet alleen toepasbaar is in de Nederlandse context, maar ook in de context van de wereldwijde kerk. Ik geef de gedachten die mij raakten in dit artikel hier door. Mijn reflectie hierop volgt een andere keer.

Stoppels voert in dit stuk een pleidooi voor gezonde radicaliteit. Zijn stelling is “…dat enkel kerken die hun leden actief oproepen en ‘verleiden’ tot een grote mate van toewijding aan het evangelie van Jezus Christus toekomst hebben in onze multireligieuze, seculiere samenleving” (49). Dat gaat in tegen de tijdgeest waarin ook kerken iets aantrekkelijks moeten bieden.

De auteur neemt ons dan mee naar de vroege kerk via het boek The Rise of Christianity van Rodney Stark. De vroege kerk gaat op bepaalde punten tegen de heersende cultuur in (bv. geen abortus, geen homo-seks, wel zorg voor zieken en wel gastvrijheid) en wordt door haar exclusiviteit juist aantrekkelijk. Stark zegt dat stigma en sacrifice de dynamo vormden achter de sterk groei van het christendom toen (51).
Bij stigma gaat het volgens Stark om een manier van leven die afwijkt van de omgeving. Stoppels zegt: “Er is in mijn ogen echter alle reden om dat ‘vreemdeling zijn’ verder en dieper te doordenken. [-] …het is [-] een expressie van een fundamenteel andere levensoriëntatie. En daar lijkt het wel eens aan te ontbreken in onze kerken.” (51).
Bij sacrifice gaat het erom dat we in Nederland nog steeds probleemloos christen kunnen zijn. Het kost ons maar weinig. Dat is in andere delen van de wereld wel anders. Stoppels: “Wat blijft er van ons geloof over als we dat niet in alle vrijheid en vrijblijvendheid kunnen beleven?” (53).

De kerk is niet grenzeloos. Er is ruimte nodig in de kerk als het gaat om wel of niet meedoen en om geloofsbeleving, maar die ruimte is niet eindeloos. Stoppels: “Om Paulus te variëren: ‘Waar de Geest des Heren is, is vrijheid, maar geen vrijblijvendheid'” (54). We mogen geen elitekerk worden, maar er zouden wel uitnodigende regels of verwachtingen mogen zijn die ons helpen tot een dieper geloofsleven te komen. Het gaat om een profiel dat primair insluit, maar zo nodig ook uitsluit, zegt de auteur.

Voor geluk is een fles port beter dan het christendom, heeft C.S. Lewis ooit gezegd. Vaak probeert de kerk zich als aantrekkelijk te presenteren, maar het is anders. Stoppels: “Wezenlijk leren in het spoor van Christus heeft heel vervelende kanten…” (56). Een gezonde gemeente heeft altijd iets onaantrekkelijks. Zouden we het tegendraadse en hinderlijke van het evangelie weer moeten herontdekken?

Daarbij is ook van belang dat de kerk principieel een minderheid is, ook als ze zich in een minderheidssituatie bevindt. “Kerken zouden zich in geval van inhoudelijke spanningen met de omringende cultuur een kunnen buigen over de vraag hoe ze zonder verbetenheid, maar juist positief, lichtvoetig en met humor kunnen reageren op datgene waar ze moeite mee hebben in de samenleving” (59).

The Haasnoots in 2017

A merry Christmas and New Year blessings for 2018!
Instead of sending out a Christmas letter by email, we made this blog with pictures and some explanations telling a little bit of our story of 2017. We are thankful for the many blessings we have received this year and it is our prayer that we have been able to share some of these blessings with others as well.

Haasnoot family in Kampala (Jan. 2017)

Mirjam with her class at an adventure park near Kampala

Mirjam: overnight camping ‘trip’ at school compound

Rehearsal for Christmas programme

Christmas programme Acacia International school, Kampala

Mirjam enjoying a supermarket in the Netherlands

Summer 2017. Boat trip in Giethoorn. With Joel, Jacob, Jacob’s mum and Tirza.

Jacob with church leaders in Assosa, Ethiopia

Preken in een settlement

Jacob preaching in a refugee settlement with South Sudanese refugees in Northern Uganda

Jacob preaching in a service in the Netherlands (Nov. 2017)

The Haasnoot boys

Joel & Tirza – winter in the Netherlands

Jesse with his school class in the Netherlands

 

Desta (left) doing… something?!

David’s 18th birthday at St. Andrew’s School, Turi, Kenya

 

Pasen vieren in een vluchtelingenkamp?

Afgelopen week was ik 10 dagen lang in Noord-Oeganda om daar de broeders en zusters van de Anglicaanse kerk van Kajo-Keji in Zuid-Soedan te bezoeken. Vanwege het geweld en de onzekere situatie in het gebied van Kajo-Keji zijn veel mensen naar Oeganda gevlucht. De vluchtelingenkampen daar zitten overvol met Zuid-Soedanezen. De kerk heeft haar hoofdkantoor naar Moyo in Noord-Oeganda verplaatst en ook Kajo-Keji Christian College is daar nu gevestigd. Ik vertel wat meer over mijn ervaringen de afgelopen weken en we krijgen ook een antwoord op de vraag in de titel.

Jaap geeft les op KCC

Jaap geeft les op KCC

Lesgeven
Ik heb aan een groep van 16 studenten het vak African Christian Theology gegeven. Bij dit vak gaat het erom de boodschap van het Evangelie te verbinden met de eigen context en de cultuur in Afrika (of nog specifieker: de lokale cultuur). We bespraken onder andere de volgende onderwerpen: hoe ga je om met diversiteit (etniciteit) als christelijke kerk?, hoe kijken we naar polygamie en het huwelijk? en: is het welvaartsevangelie wel bijbels? Als blanke docent vanuit het Westen stel ik vooral vragen en geef aan wat volgens mij de bijbelse lijn is. We hadden boeiende gesprekken. Bemoedigend was ook dat we het onderwerp etniciteit konden bespreken in een groep met Nuer, Dinka en Bari studenten. Op het Kajo-Keji Christian College kunnen studenten van verschillende etnische groepen wél in harmonie met elkaar leven en werken!

Kinderen in het vluchtelingenkamp

Kinderen in het vluchtelingenkamp

Wij zijn als het verloren schaap
Op een middag bezocht ik samen met bisschop Emmanuel Murye en enkele anderen een ‘refugee settlement’ ten zuiden van Moyo, niet ver bij de Nijl vandaan. Daar ontmoetten we honderden kinderen. De ouders hadden samen al een basisschool opgezet en er hadden zich al meer dan 2000 kinderen geregistreerd! Maar er was verder helemaal niets. De klassen zitten in de schaduw van een boom en er zijn wat schoolborden en een paar schoolboeken voor de vrijwillige leerkrachten. Temidden van alle ellende was het hoopgevend dat deze mensen de moed niet hebben opgegeven en willen investeren in hun kinderen.
Ik vertelde de kinderen het verhaal van de herder die de 99 schapen achterliet om dat ene verloren schaap te zoeken. Wie is dat verloren schaap, vroeg ik? Dat zijn wij…, zeiden veel kinderen. Dat was een emotioneel moment. Ik zei toen: God rust niet voordat Hij het verloren schaap gevonden heeft en weer thuis brengt!

Preken in een settlement

Preken in een settlement

Troost, troost mijn volk…
Op zondag mocht ik twee keer preken in een ander vluchtelingenkamp. Mensen komen bijeen onder een boom en vormen weer ‘lokale gemeenten’. Ze zitten met andere mensen in de ‘kerk’ dan voorheen en hebben ook een andere voorganger, maar het belangrijkste is dat ze elkaar weer vinden en kunnen bemoedigen.
Ik wilde de zusters en broeders daar hoop geven met woorden uit Jesaja 40:1-11. Troost, troost mijn volk. Deze ‘ballingschap’ zal niet voor altijd zijn. God kent jullie lijden. Hij heeft alle macht en Hij is de Herder die voor zijn schapen zorgt. Nu zien we daar nog weinig van, maar we blijven geloven dat God deze wereld herstelt en recht zal doen. Hij is Zuid-Soedan niet vergeten.

Pasen in het vluchtelingenkamp?
Het is bijna Pasen. Kun je dat wel vieren in een settlement? Het feest van de vernieuwing van alle dingen in een situatie van triestigheid? Hoe doe je dat? Ik stelde deze vraag aan 3 leiders in de Anglicaanse kerk. Dit is wat zij zeiden:
• Bisschop Emmanuel: ‘We schakelen onze jeugd in om op een aantal plekken in de kampen diensten te organiseren. We zingen dan liederen van vrede en hoop en dat geeft mensen weer hoop in hun hart. Daarom vieren we toch Pasen!’.
• Rev. Jonathan Soro: ‘Het zal geen normale viering worden in deze omstandigheden. Maar met Pasen vieren we dat er hoop is na het lijden. Dat is relevant voor ons en dát is onze christelijke hoop’.
• Golda Poni (medewerker Development): ‘Met Pasen vieren we dat in Christus een nieuw begin mogelijk is. Dat geeft ons hoop en dit is het begin van een proces van genezing’.

Een 'onderkomen' in het kamp

Een ‘onderkomen’ in het kamp