Categorie archief: Kajo-Keji

Hoe sluit je een kerkgebouw?

Dan heb ik het niet over het op slot doen van de deur, maar echt over het afstoten van een kerk. In Nederland beginnen we daar helaas gewend aan te raken vanwege de krimp in het aantal kerkbezoekers. Hier in Zuid-Soedan hebben we pas de oude kathedraal ‘gesloten’, omdat er nieuwe gebouwd is vanwege de groei in ledenaantallen! Ze noemen dit trouwens de kathedraal omdat het de officiële kerk van de bischop is. De oude, kleine kathedraal werd met een speciale liturgie door de bisshop ‘vrijgemaakt’ voor ander gebruik dan de zondagse eredienst. Toen we deze woorden hoorden en zeiden, dacht ik aan al die gelovigen die in dit gebouw zijn aangeraakt, bemoedigd, opgebouwd en vrijgezet. Daar mag je best even bij stil staan. Hierbij de korte liturgie (eigen vertaling uit Engels).

Bisschop: De Heer zij met u.
Allen: En ook met u.

Bisschop: Laten we bidden: Heer, we danken u voor al de tijd dat dit gebouw heeft gediend als een plaats van gebed voor de christenen hier.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor alles dat het voor hen heeft betekend.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor alle opbouwende diensten die hier gehouden zijn.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor alle verrijkende preken die hier beluisterd zijn.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor allen die hier gedoopt zijn en belijdenis hebben gedaan.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor allen die hier getrouwd zijn.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Voor alle keren dat we hier geestelijk voedsel ontvingen in het Heilig Avondmaal.
Allen: We danken U Heer.

Bisschop: Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Allen: Zoals het was in den beginne, nu is en voor altijd zal zijn. Amen.

De oude kathedraal rechts en een stukje van de nieuwe links.

Bent u bang voor tovenarij?

Begin dit jaar deed ik met de theologiestudenten een klein onderzoekje onder gemeenteleden. Dit was een oefening in ‘onderzoeksmethoden’, maar de resultaten zijn natuurlijk ook interessant. Hierbij een selectie. We kregen 93 ingevulde formulieren terug.

1. Man of vrouw? 54% man; 45% vrouw; 1% niet ingevuld.

2. Leeftijd? Gemiddeld 36 jaar oud.

3. Bekleed u een functie in de kerk? Ja 71%; nee 29%.

4. Neemt u deel aan het heilig avondmaal? Ja 81%; nee 19%.

5. Wat is uw onderwijsniveau? Geen formeel onderwijs 16 %; basisonderwijs 29%; middelbaar onderwijs 36%; hoger onderwijs 18%.

6. Wat zijn belangrijke problemen in uw omgeving? (meerdere antwoorden mogelijk): Armoede 18%; alcoholmisbruik 17%; gebrek aan kennis & onderwijs 13%; polygamie 12%.

7. Gaat de kerk adequaat in op deze problemen? Ja 28%; ja, maar niet genoeg 65%; nee 8%.

8. Bestaat magie? Ja 54%; nee 37%; ik weet het niet 10%.

9. Bent u bang voor magie? Ja 65%; nee 33%; geen antwoord 2%.

10. Welke ‘magische praktijken’ gebeuren in uw omgeving? (meerdere antwoorden mogelijk): Iemand vervloeken 48%; via magie genezen willen worden 36%; vergiftigen van tegenstander 14%; iets anders 3%.

11. Wat moet de kerk doen in relatie tot verhalen over magie? Gebed en vasten 69%; Bijbelstudie aanmoedigen 19%; geruchten onderzoeken 10%; iets anders 2%.

12. Kunt u lezen? Ja 77%; nee 11%; geen antwoord 12%.

13. Heeft u een Bijbel? Ja 71%; nee 17%; geen antwoord 12%.

14. Hoe vaak leest u in de Bijbel? Elke dag 55%; een keer per week 17%; rest 10%; geen antwoord 17%.

15. Zijn er bijbelstudiegroepen in uw gemeente? Ja 52%; nee 34%; weet niet 1%; geen antwoord 13%.

Dansen met een kunstbeen

Ik geef een kort verslag van afgelopen zondag (17 juli 2011), omdat het een beetje laat zien hoe de zaken hier gaan. Ik was gevraagd om in de St. Luke-gemeente te preken en dan wel in de tweede dienst waar de lokale taal wordt gebruikt. Mijn Zuid-Soedanese buurman Alex is net deacon geworden en toegewezen aan die gemeente, dus ik ging met hem om 7.30 uur ’s morgens op de motor naar St. Luke. We vertrokken zonder ontbijt, omdat de keuken niet wist dat wij vroeg weg moesten. Het is ca. 20 minuten rijden naar St. Luke. Daar begon wat na 8 uur de Engelse dienst. Er waren nog maar weinig mensen, maar anderen komen als ze ‘geluid’ horen vanuit de kerk. Aan het einde van de dienst zat de kerk vol. Jennifer, een vroedvrouw uit Kenia die lesgeeft op de nursing school in Kajo-Keji, preekte over Mozes die vlucht uit Egypte naar Midjan. Rond een uur of 10 was de Engelse dienst afgelopen en gingen we naar het huis van pastor James, vlak naast de kerk. Daar kregen we ons ontbijt: soort warme choco-drank en broodjes. Na een half uurtje door naar de tweede dienst.

Kunstbeen
Opnieuw weinig mensen in de kerk en opnieuw liep het aardig vol richting het einde van de dienst. Mijn preek (die vertaald werd naar het Bari) ging over Jozua 3-4, het volk Israel dat de Jordaan oversteekt en het beloofde land binnentrekt. Natuurlijk linkte ik dat met het de vorming van de Republiek Zuid-Soedan. Mijn 3 punten waren: (1) God is (aanwezig) bij zijn volk, (2) herinneren wat God in het verleden heeft gedaan en (3) alle volken moeten weten dat Israels God machtig is. Het is moeilijk in te schatten of het overkomt. Ik kreeg geen feedback, maar dat is normaal. Ik probeerde het wel een beetje theatraal te doen (doortocht Jordaan) en ik gebruikte voorbeelden. Aan het eind van de dienst werden drie baby’s opgedragen. Dit was niet gepland, maar de moeders waren met die verwachting naar de kerk gekomen. Men doet het graag een week na de geboorte, in navolging van baby Jezus die met 8 dagen naar de tempel werd gebracht (Lukas 2). Later worden kinderen ook gedoopt in de kerk. Vervolgens kregen we een getuigenis van een oude broeder wiens been was geamputeerd. Het was nogal bijzonder om te zien hoe hij met een kruk en een kunstbeen ‘dansend’ naar voren kwam om te vertellen wat een geweldig werk de ‘witte dokters’ hadden verricht. Je kreeg zelfs eten in het ziekenhuis! (Daar zorgt de familie normaliter voor). En ze hadden een wc waar je op kon zítten!

Bidden in het ziekenhuis
Na de dienst (ca. 13.15 uur) gingen we eten bij pastor James, een soort dikke pap van cassave en sorghum met een mengsel van (een soort) spinazie met ei. Heel smakelijk. Inmiddels had m’n collega Alex gehoord dat z’n dochter in het ziekenhuis lag. Z’n dochter zit op een school met internaat in Kajo-Keji van de rooms-katholieke Comboni missionarissen. Het is een school met een hele goede reputatie. En zelfs als je familie in Kajo-Keji woont, dan nog moeten studenten in het internaat verblijven. Ze lag in het ziekenhuis vanwege malaria. Dus op naar het ziekenhuis. Ik was al eens op het terrein geweest, maar nog niet in de ziekenzaal. Een gedeelte van de gebouwen stammen uit 1934, dus die zijn vast door de Britse zending gebouwd. Ze zijn natuurlijk wel opgeknapt door de tijd. We gingen naar de vrouwenafdeling en daar stonden zo’n 14 bedden in een zaal met heel veel familieleden ernaast of erbij. De dochter van Alex was verzwakt, maar het ging op zich redelijk met haar. Op de grond lag een matras waar 2 meisjes op lagen. Het ene meisje had een enorm opgezwollen knie waar ze volgens haar oom al sinds januari last van had. Men had haar behandeld met ‘Afrikaanse medicijnen’, maar dat had niets uitgewerkt. Dan is er opeens een vrouw die zegt dat we moeten bidden voor dit meisje en dat deed ze toen ook. De hele zaal deed op een of andere manier mee.

Na het ziekenhuisbezoek gingen we op de motor terug naar de College, zo’n 7 km denk ik. Onderweg zagen we heel veel mensen langs de kant van de weg, sommigen huilden. Er was iets aan de hand. Op een bepaald moment stopte Alex om te vragen wat er was. Er was een auto-ongeluk gebeurd. Er was een oude chief overleden en hij werd die dag begraven. Zijn familie was uit Juba gekomen en net voor Kajo-Keji was de auto van de weg geraakt en over de kop gegaan. Een kleinzoon van de oude chief was daarbij op slag dood. Zeer tragisch. Even later reden we langs het autowrak, het was niet ver bij de College vandaan.

Blijdschap om Bartimeüs
Ik vertel ook nog iets over maandagavond. Toen bekeek ik samen met de studenten van de Lay Readers-training de Jezus-film in de Bari-taal (geprojecteerd op de witte muur in de bieb). Veel van deze studenten kijken heel weinig naar films of tv. Ze reageerden vaak op de gebeurtenissen in de film. En ze hielden zich nog in, omdat anderen anders het geluid niet goed konden horen. Ik keek regelmatig naar de gezichten van de vrouwen die iets achter me zaten. Er waren tranen van blijdschap toen Bartimeüs kon zien, er werd gelachen toen Zaccheus z’n geld weg gaf. Verontwaardiging klonk toen ze zagen hoe Jezus werd behandeld door de Romeinse soldaten. Afschuw toen Hij aan het kruis werd genageld. Tranen toen Hij daar hing aan het kruis op Golgotha en opluchting toen Hij verscheen aan zijn discipelen na de opstanding. Die avond werd het evangelie even ons verhaal.

Gij zult niemand vergiftigen!

Ik (Jaap) heb opnieuw twee weken doorgebracht in Kajo-Keji, Zuid-Soedan. Hieronder een fotoverslag.

Elke morgen wordt het ontbijt gebracht. Veel vrouwen dragen spullen op het hoofd.

Eerst maar een en ander over hoe ik daar leef. Samen met een paar Soedanese collega’s krijg ik elke morgen een ontbijt geserveerd. Dat ontbijt wordt door de dames van de keuken op het hoofd gedragen (zie foto) en in de woonkamer van een van de collega neergezet. Het ontbijt bestaat meestal uit thee met brood (zonder beleg).

Water wordt ook op het hoofd vervoerd.

’s Morgens en ’s avonds krijg ik zo’n gele jerrycan met warm water (zie foto) waarmee ik me kan wassen. Bij ons huisje is buiten een speciale wasruimte. Dat gaat heel prima en het is heerlijk om aan het begin van de avond jezelf te ontdoen van zweet en stof!

Een typische maaltijd: maispap, bonen en iets groens.

Hierboven zie je een typische middag- of avondmaaltijd (zit weinig verschil tussen). We krijgen rijst of maispap, vrijwel altijd bruine bonen en soms vlees erbij of een gebakken ei. Soms ook iets spinazie-achtigs erbij. Het is allemaal heel goed te eten, maar na twee weken heb ik wel weer zin in iets anders!

Studenten theologie (diploma-niveau).

Dit is de nieuwe groep studenten die ik nu lesgeef. Zij studeren op ‘diploma-niveau’, dat kennen we in Nederland niet, maar dat zit onder Bachelor-niveau. Het is voor het eerst dat de College een studie op dit niveau heeft. Ik geef drie vakken: Bijbeluitleg, studievaardigheden en Engels. In de twee weken dat ik in Kajo-Keji ben, geef ik intensief les: elke morgen van 8.30 tot 13.00 uur. Aan het eind van de morgen geef ik Engels en dat probeer ik heel actief te doen, want vanwege de warmte zijn we dan allemaal wat moe! Alle studenten hebben al een bepaalde taak in de kerk (veel zijn predikant), maar ze willen graag beter toegerust worden. Het vak Bijbeluitleg vind ik erg leuk om te geven. We proberen te ondekken wat de Bijbel betekent volgens de bedoeling van de bijbelschrijvers en we vragen ons af wat die boodschap nu betekent voor de kerk in Soedan. Dat levert mooi gesprekken op.

De college-bieb wordt goed gebruikt.

Aan het eind van m’n vorige bezoek had ik onverwacht 2 dagen vrij. Toen heb ik – met behulp van een student – de bibliotheek gereorganiseerd. Alle boeken waren kris-kras-door-elkaar op de planken gezet en het was moeilijk iets te vinden. Ook waren er geen tafels en stoelen. Toen ik de vorige keer weg ging, stonden de boeken per categorie (bv. OT, NT, Dogmatiek, Kerkgeschiedenis) gesorteerd, maar de bieb werd amper gebruikt omdat je er niet kon zitten! Toen ik nu in de bieb kwam, stonden er prachtige tafels en stoelen en het was er druk! De bibliotheek wordt nu heel goed gebruikt en dat is erg bemoedigend om te zien.

Op weg naar de dienst: koor, Mothers’ Union, voorgangers en bisschop Anthony.

Op zondag 6 februari ging ik met bisschop Anthony mee naar een kerkdienst ergens buiten Kajo-Keji. Het werd een dienst van zo’n 4 uur, want er moest heel wat worden gedaan: confirmatie van catechisanten, de bevestiging van twee voorgangers en het vieren van het avondmaal.

Handoplegging bij het doen van belijdenis.

Bisschop Anthony neemt het doen van belijdenis heel serieus. Je moet het echt met overtuiging doen en niet uit ‘gewoonte of bijgelovigheid’. Daarom krijgt elke kandidaat een vraag te beantwoorden en zeggen ze samen de geloofsbelijdenis en het Onze Vader op. Op de vraag wat het 5e gebod is, gaf een van de kandidaten als antwoord: Gij zult niemand vergiftigen! Dat leverde gegrinnik op in de kerk. De achtergrond hiervan is dat er in de regio Kajo-Keji veel geruchten zijn over mensen die elkaar vergiftigen. Gij zult niet doden betekent in die context dus al heel snel: Gij zult niet vergiftigen!
Een ander bijzonder feit was dat een van de kandidaten ’s nachts een baby had gekregen! Aan het eind van de dienst was de jonge moeder toch aanwezig en deed ook zij belijdenis. Mooi was dat ze op haar plek mocht blijven zitten en dat de bisschop naar haar toe ging voor de handoplegging.

Viering van Avondmaal met wijn en biscuit.

Na een uur of drie was het tijd voor de viering van het Avondmaal. Dat gebeurt met wijn en zoete biscuit. Ik vind dat steeds weer een bijzonder moment. Het maakt niet uit welke ‘elementen’ gebruikt worden, het gaat erom dat Gods genade naar ons toekomt. We komen zoals we zijn: blank of zwart, arm of rijk, educated of analfabeet… Voor ons allen geldt: ‘het lichaam van Christus verbroken voor u’ en ‘het bloed van Christus vergoten voor jou’.

Open handen

Misschien ben ik wel wat naief of te optimistisch over de kerk in Afrika. Ik geef toe dat ik niet helemaal objectief ben. Toch blijf ik volhouden dat we heel wat kunnen leren van zusters en broeders in dit werelddeel. Als het ons lukt om door fouten en falen heen te kijken, dan zien we geloof, volharding en betrokkenheid op elkaar.

Laat ik – als illustratie – wat meer vertellen over de viering die we hier elke donderdag op school hebben. We zingen, er is een preek en we vieren avondmaal. De studenten en docenten krijgen om de beurt een taak toegewezen. Afgelopen donderdag werd er zelfs een baby gedoopt, het kindje van een vrouwelijke student (zie foto). Dat vond ik wel heel bijzonder.

De dienst gaat vaak niet helemaal perfect: de onderdelen van de liturgie volgen niet altijd logisch op elkaar, de liturgische kleuren combineren meestal niet zo en ter plekke wordt van alles geimproviseerd. Afgelopen donderdag moest ik glimlachen toen ik zag dat de broeder die de dienst leidde, zijn liturgische sjerp (ik weet de technische term niet) bij elkaar hield met een promotiebutton voor malarianetten!

Maar als je daar allemaal door- en langsheen kijkt, dan zie je een mooie mengeling van formele liturgie én de vrijheid om daarvan af te wijken en God te prijzen in lokale vormen. Dan zie je een vast vertrouwen op God. Dan zie je vreugde vanwege het geloof en dan zie je een hechte band onderling.

In het avondmaal komen al die elementen samen. We wassen eerst onze handen (net als bij een gewone maaltijd!) en gaan dan naar voren om brood en wijn te ontvangen. Dit in de vorm van een stukje zoete biscuit dat door de priester in de wijn wordt gedoopt. Op dat moment vallen alle verschillen weg: blank of zwart, ‘ordained’ of gewoon gemeentelid, student of docent. We openen onze handen en ontvangen genade van God.

Toverij heeft z’n prijs

Eind vorige week kwam ik terug uit Kajo Keji (Zuid-Soedan). Ik heb daar twee weken les gegeven. Omdat ik ik in korte tijd veel uren moest ‘maken’, gaf ik elke morgen 3 uur theologie en 1 uur Engels aan het groepje studenten dat het driejarige certificate-programma doet. Het was boeiend om met de studenten bezig te zijn en te proberen ontdekken wat het Evangelie te zeggen heeft in de eigen situatie en context.

Waarom stierf het kind?
Ik besprak met de studenten ook de volgende casus. Deze casus hebben we ook in Ede tijdens een presentatie half augustus aan de orde gesteld. De reacties daar en hier waren nogal verschillend, daarover zo meer.

Eerst het verhaal: Ama is een Afrikaanse vrouw van bijna 40. Voordat ze christen werd, ging ze samen met haar man naar een medicijnman, omdat ze geen kinderen kon krijgen. De medicijnman deed een bepaald ritueel en beloofde Ama dat ze kinderen zou krijgen. Ze moest wel elk jaar naar de ‘heilige plek’ om offers te brengen bij de goden.
Ama kreeg inderdaad 2 kinderen en bracht elk jaar offers. Op een bepaald moment werd ze christen (na de geboorte van haar 2e kind) en ging niet meer naar de heilige plek. Niet lang daarna stierf haar eerste kind en ook haar 2e kind werd ernstig ziek.
Ama ging naar haar predikant en vroeg om raad. Hij maakte haar duidelijk dat Jezus machtiger was dan de goden en de dominee bad voor haar en haar gezin. Ama is wat teleurgesteld en zegt tegen vrienden: “De dominee deed niets, hij sprak alleen maar een gebed uit!”.

De gespreksvragen bij dit verhaal zijn: 1. Waarom stierf het eerste kind? en 2. Wat vinden we van de aanpak van de dominee?

Onbekend
In Ede waren de reacties ietwat divers, maar in grote lijnen was iedereen het erover eens dat we op de eerste vraag geen antwoord hebben. Dat weten we gewoonweg niet. Bij de tweede vraag vonden sommigen dat de predikant naast gebed een christelijk ritueel had kunnen doen en anderen waren blij met zijn eenvoudige focus op gebed.

Prijs
Voor de Soedandese studenten was het antwoord op de eerste vraag helder: het kind was verwekt onder invloed van toverij en dat heeft z’n prijs. Als je onder de macht van de medicijnman weg wilt, dan neemt hij terug wat van hem is. In dit geval het kind.
Het antwoord op de tweede vraag kwam dichterbij de reacties in Ede. De studenten zouden echter beginnen met de diagnose. De predikant moet precies weten wat er allemaal is gebeurd en wat de banden zijn van het gezin met toverij en traditionele religie. De diagnose is nodig om goed en specifiek te kunnen bidden en de kracht van de boze te verbreken. Ze vonden verder dat eenvoudige rituelen (bijvoorbeeld handoplegging en kruisteken) prima zijn, maar geen uitgebreide rituele handelingen, omdat mensen daar opnieuw magische betekenis aan gaan geven. Het gaat om vertrouwen op de God die machtiger is dan magie en medicijnman.

Kijken in Kajo-Keji

Ik ben nu al weer een week terug uit Kajo Keji en het is tijd voor een kort verslagje. In de komende (echte!) nieuwsbrief volgt meer o.a. over dit bezoek, dus ik houd het hier een beetje kort. Laat ik maar met de conclusie beginnen: ik ben positief terug gekomen uit Soedan. Ik denk een goede indruk te hebben gekregen van het reilen en zeilen van de theologische school waar ik ga werken. Qua gebouwen ziet het er allemaal indrukwekkend uit, maar er is een duidelijk gebrek aan leermiddelen en aan personeel. Op dit moment zijn er twee groepen studenten. De ene groep bestaat uit voorgangers en kerkleiders die een ‘bijspijker-training’ volgen. Zij komen voor een blok van 3 maanden en gaan dan weer terug naar hun gemeente. In totaal volgen zij zo vier blokken van 3 maanden, een jaar dus. Deze training gebeurt in de Bari-taal, de lokale taal. Daarnaast is er de groep die een erkende opleiding doet: ‘certificate in theology’. Dit is een driejarig, Engelstalig programma. Ik zal me vooral met die groep bezig houden.

Ik was blij dat er in de week dat ik in Kajo Keji was, ook net een nieuwe Soedanese docent, Alex, was gearriveerd. Hij heeft tot nu toe in Khartoem gewoond en is nu terug gekomen naar zijn geboortestreek. Ik heb veel van m’n tijd samen met Alex doorgebracht.

Ik heb nu afgesproken dat ik in oktober en in november naar Kajo Keji terug ga, beide keren voor een periode van twee weken. Dan ga ik – in een intensieve vorm – het vak ‘Major themes in theology’ geven. Daarnaast geef ik ook het vak Engels. Ik ben blij dat we nu concrete afspraken hebben gemaakt en dat ik aan de slag kan gaan.

Ik heb ook een en ander van de streek gezien en van wat de kerk daar doet. Er zijn niet zoveel auto’s, maar des te meer brommers voor het vervoer van mensen, dieren en spullen. Ik mocht met bisschop Anthony mee naar de ‘dedication’ van een ambulance voor Kajo Keji en ik ben mee geweest naar een belijdenisdienst op het platteland. Bekijk hier een aantal foto’s daarvan.

De burgeroorlog en de politieke situatie zijn nadrukkelijk aanwezig in het leven van mensen. In hun levensverhaal klinkt regelmatig: “toen zat ik in het vluchtelingenkamp” en “toen konden we terug naar onze geboortegrond”. Veel oudere studenten hebben hun scholing daarom moeten onderbreken of stoppen. Het referendum over de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan komt steeds dichterbij (begin januari 2011). De stemming in Kajo Keji lijkt te zijn dat het Zuiden apart moet gaan. Dat levert opnieuw grote vragen op over de toekomst van het land en de mensen.

Ondertussen waren Mirjam, Desta en David in Kampala. Ze hadden ook een goede week. Niet zonder uitdagingen, maar het is goed gegaan. De jongens vinden steeds beter hun plekje op school. Mirjam geeft nu twee keer in de week een uurtje Nederlandse les aan kinderen van een MAF-familie.

Onder de palmboom

Om dit bericht te versturen sta ik op een paar stenen onder de palmboom met uitzicht op de nieuwe kerk in aanbouw. Want op díe plek kun je het mobiele netwerk van Uganda ontvangen. En dat heb ik nodig met mijn simcard. Ik ben voor een week in Kajo Keji (Zuid-Soedan). Hierbij een paar eerste indrukken.

Met een vliegtuigje van de MAF ben ik hierheen gevlogen. Toen we landden op de airstrip, stak er net nog een brommer over… Samen met een paar andere gasten werd ik opgehaald door een delegatie van de kerk.

We kregen thee en gingen daarna op bezoek bij een cursus die verzorgd wordt door een team uit de UK, over trauma healing. Ook werd ik naar m’n verblijf voor de week gebracht. Dat  bleek ons toekomstige huisje te zijn dat ik al van de foto’s kende! Er stond al een 2-persoonsbed en 2 enkele bedden voor de jongens. Ik kreeg ook een persoonlijk toilet (Franse stijl) toebedeeld in het toilethuisje. Ik voelde me welkom! Aan het eind van de middag kreeg ik een jerrycan warm water om me te wassen. En ’s avonds werd m’n muskietennet nog beter opgehangen, hoewel ik het al prima vond.

Terug naar de middag: de principal gaf alle gasten een rondleiding over het terrein van de school. Conclusie: veel potentieel, mooie gebouwen, maar telkens weer te weinig geld en onvoldoende menskracht als remmende factoren. Daarna aten we lunch met de workshop-groep: ugali, rijst, vissaus, okra & bonen. Was lekker.

Later in de middag een eerste bijeenkomst met de  bisschop, de principal en Alex, een Soedanese docent die ook nieuw is. Het tekort aan middelen en mensen leidt tot een vicieuze cirkel van gebrek aan motivatie en kwaliteitsverlies. Genoeg te doen, dat is duidelijk. ’s Avonds eet ik samen met Alex en praten we over van alles en nog wat. Rond 10 uur ga ik naar bed, moe van alle indrukken, maar ook bemoedigd door de ontmoetingen.