Herinneringen aan Wout van Laar

Het overlijden van zendingsman-in-hart-en-nieren Wout van Laar maakte me verdrietig. Hij overleed op 28 juli 2020. Ik had via-via gehoord dat hij ziek was, maar ik was het contact met hem kwijtgeraakt. Wout had nog in onze uitzenddienst gepreekt in 2010 toen wij uitgezonden werden naar Zuid-Soedan (de dienst is hier nog te beluisteren). In de jaren daarna reageerde hij soms nog op een nieuwsbrief van ons.

Wout van Laar
Wout van Laar

Vasthoudend
Ik leerde Wout kennen in de tijd dat ik bij de Evangelische Zendingsalliantie werkte. Hij was directeur bij de Nederlandse Zendingsraad en in die tijd begonnen de twee organisaties steeds meer samen te werken. Het waren mooie tijden. Ik was onder de indruk van de vasthoudendheid van Wout. Tegelijkertijd was hij een prettig en zacht persoon.

Granada
We gingen samen naar een Latijns-Amerikaanse zendingsconferentie in Granada, Spanje. Daar zag ik Wout in een Latino-jasje. Hij genoot van de gesprekken en contacten. Mijn ogen gingen daar open voor de nieuwe realiteit (de paradigm shift) van de wereldkerk! Wout stelde me voor aan de missioloog Samuel Escobar en we hadden samen ook mooie gesprekken. Ik schreef dit verslag over die conferentie.

Citaten van Wout
Ik eindig met wat citaten uit het boek Als leerlingen tussen de volken waarin Wout een hoofdstuk schreef (Naar een nieuwe katholiciteit). Het laat zijn hart voor de wereldkerk zien en ook zijn kritische opvattingen over de organen van oecumene en zending.

“Missionair werk vanuit bureaus waar geen plaats is voor visie en experiment, en waar het budget de grenzen aangeeft van het werk, heeft geen toekomst” (p. 154).

“Misschien betekent zending vandaag vooral: leren loslaten en ruimte geven aan de Geest van Christus, zoals die de nieuwe wegen schrijft door de tijd; ruimte geven aan initiatieven van anderen, aan inzichten en strategieën die wij niet hebben bedacht” (p. 154).

“In het fenomeen van de migrantenkerken hebben wij niet te maken met exotische resten uit de oude ‘zendingsdoos’, maar zien wij ons geconfronteerd met voorposten van het christendom van de toekomst” (p. 155).

“Oefeningen in ‘intercultureel bijbellezen’ [-] kan de ontmoeting tussen christenen uit een veelheid van culturen belangrijk bevorderen. Migrantenchristenen dagen ons vanuit de ervaring van de diaspora uit om open te zijn voor nieuwe perspectieven van bijbellezen…” (p. 157).

“Kennisname van de praktijk van de navolging in de kerken van het Zuiden zou kunnen leiden tot een herwaardering van de eeuwenoude schat van de kerk” (p.158).

“Vanuit het bewustzijn van [een] nieuwe katholiciteit [-] mogen wij zonder achterom te zien de hand aan de ploeg slaan en ons laten meetrekken in de missio Dei in de richting van de nieuwe schepping waarnaar de mensheid reikhalzend uitziet” (p. 158).

De nagedachtenis van Wout van Laar zij ons tot zegen. May he rest in eternal peace and rise in glory!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *