Radicaal discipelschap

In het theologische tijdschrift Soteria van december 2017 schreef Sake Stoppels een boeiend en uitdagend artikel over ‘Radicaal discipelschap’, met als ondertitel ‘Vruchtbaar kerk zijn in de eenentwintigste eeuw’ (pp. 49-61).
Ik denk dat veel in dit artikel niet alleen toepasbaar is in de Nederlandse context, maar ook in de context van de wereldwijde kerk. Ik geef de gedachten die mij raakten in dit artikel hier door. Mijn reflectie hierop volgt een andere keer.

Stoppels voert in dit stuk een pleidooi voor gezonde radicaliteit. Zijn stelling is “…dat enkel kerken die hun leden actief oproepen en ‘verleiden’ tot een grote mate van toewijding aan het evangelie van Jezus Christus toekomst hebben in onze multireligieuze, seculiere samenleving” (49). Dat gaat in tegen de tijdgeest waarin ook kerken iets aantrekkelijks moeten bieden.

De auteur neemt ons dan mee naar de vroege kerk via het boek The Rise of Christianity van Rodney Stark. De vroege kerk gaat op bepaalde punten tegen de heersende cultuur in (bv. geen abortus, geen homoseks, wel zorg voor zieken en wel gastvrijheid) en wordt door haar exclusiviteit juist aantrekkelijk. Stark zegt dat stigma en sacrifice de dynamo vormden achter de sterk groei van het christendom toen (51).
Bij stigma gaat het volgens Stark om een manier van leven die afwijkt van de omgeving. Stoppels zegt: “Er is in mijn ogen echter alle reden om dat ‘vreemdeling zijn’ verder en dieper te doordenken. [-] …het is [-] een expressie van een fundamenteel andere levensoriëntatie. En daar lijkt het wel eens aan te ontbreken in onze kerken.” (51).
Bij sacrifice gaat het erom dat we in Nederland nog steeds probleemloos christen kunnen zijn. Het kost ons maar weinig. Dat is in andere delen van de wereld wel anders. Stoppels: “Wat blijft er van ons geloof over als we dat niet in alle vrijheid en vrijblijvendheid kunnen beleven?” (53).

De kerk is niet grenzeloos. Er is ruimte nodig in de kerk als het gaat om wel of niet meedoen en om geloofsbeleving, maar die ruimte is niet eindeloos. Stoppels: “Om Paulus te variëren: ‘Waar de Geest des Heren is, is vrijheid, maar geen vrijblijvendheid'” (54). We mogen geen elitekerk worden, maar er zouden wel uitnodigende regels of verwachtingen mogen zijn die ons helpen tot een dieper geloofsleven te komen. Het gaat om een profiel dat primair insluit, maar zo nodig ook uitsluit, zegt de auteur.

Voor geluk is een fles port beter dan het christendom, heeft C.S. Lewis ooit gezegd. Vaak probeert de kerk zich als aantrekkelijk te presenteren, maar het is anders. Stoppels: “Wezenlijk leren in het spoor van Christus heeft heel vervelende kanten…” (56). Een gezonde gemeente heeft altijd iets onaantrekkelijks. Zouden we het tegendraadse en hinderlijke van het evangelie weer moeten herontdekken?

Daarbij is ook van belang dat de kerk principieel een minderheid is, ook als ze zich in een minderheidssituatie bevindt. “Kerken zouden zich in geval van inhoudelijke spanningen met de omringende cultuur een kunnen buigen over de vraag hoe ze zonder verbetenheid, maar juist positief, lichtvoetig en met humor kunnen reageren op datgene waar ze moeite mee hebben in de samenleving” (59).