Tagarchief: preken

Pasen vieren in een vluchtelingenkamp?

Afgelopen week was ik 10 dagen lang in Noord-Oeganda om daar de broeders en zusters van de Anglicaanse kerk van Kajo-Keji in Zuid-Soedan te bezoeken. Vanwege het geweld en de onzekere situatie in het gebied van Kajo-Keji zijn veel mensen naar Oeganda gevlucht. De vluchtelingenkampen daar zitten overvol met Zuid-Soedanezen. De kerk heeft haar hoofdkantoor naar Moyo in Noord-Oeganda verplaatst en ook Kajo-Keji Christian College is daar nu gevestigd. Ik vertel wat meer over mijn ervaringen de afgelopen weken en we krijgen ook een antwoord op de vraag in de titel.

Jaap geeft les op KCC

Jaap geeft les op KCC

Lesgeven
Ik heb aan een groep van 16 studenten het vak African Christian Theology gegeven. Bij dit vak gaat het erom de boodschap van het Evangelie te verbinden met de eigen context en de cultuur in Afrika (of nog specifieker: de lokale cultuur). We bespraken onder andere de volgende onderwerpen: hoe ga je om met diversiteit (etniciteit) als christelijke kerk?, hoe kijken we naar polygamie en het huwelijk? en: is het welvaartsevangelie wel bijbels? Als blanke docent vanuit het Westen stel ik vooral vragen en geef aan wat volgens mij de bijbelse lijn is. We hadden boeiende gesprekken. Bemoedigend was ook dat we het onderwerp etniciteit konden bespreken in een groep met Nuer, Dinka en Bari studenten. Op het Kajo-Keji Christian College kunnen studenten van verschillende etnische groepen wél in harmonie met elkaar leven en werken!

Kinderen in het vluchtelingenkamp

Kinderen in het vluchtelingenkamp

Wij zijn als het verloren schaap
Op een middag bezocht ik samen met bisschop Emmanuel Murye en enkele anderen een ‘refugee settlement’ ten zuiden van Moyo, niet ver bij de Nijl vandaan. Daar ontmoetten we honderden kinderen. De ouders hadden samen al een basisschool opgezet en er hadden zich al meer dan 2000 kinderen geregistreerd! Maar er was verder helemaal niets. De klassen zitten in de schaduw van een boom en er zijn wat schoolborden en een paar schoolboeken voor de vrijwillige leerkrachten. Temidden van alle ellende was het hoopgevend dat deze mensen de moed niet hebben opgegeven en willen investeren in hun kinderen.
Ik vertelde de kinderen het verhaal van de herder die de 99 schapen achterliet om dat ene verloren schaap te zoeken. Wie is dat verloren schaap, vroeg ik? Dat zijn wij…, zeiden veel kinderen. Dat was een emotioneel moment. Ik zei toen: God rust niet voordat Hij het verloren schaap gevonden heeft en weer thuis brengt!

Preken in een settlement

Preken in een settlement

Troost, troost mijn volk…
Op zondag mocht ik twee keer preken in een ander vluchtelingenkamp. Mensen komen bijeen onder een boom en vormen weer ‘lokale gemeenten’. Ze zitten met andere mensen in de ‘kerk’ dan voorheen en hebben ook een andere voorganger, maar het belangrijkste is dat ze elkaar weer vinden en kunnen bemoedigen.
Ik wilde de zusters en broeders daar hoop geven met woorden uit Jesaja 40:1-11. Troost, troost mijn volk. Deze ‘ballingschap’ zal niet voor altijd zijn. God kent jullie lijden. Hij heeft alle macht en Hij is de Herder die voor zijn schapen zorgt. Nu zien we daar nog weinig van, maar we blijven geloven dat God deze wereld herstelt en recht zal doen. Hij is Zuid-Soedan niet vergeten.

Een 'onderkomen' in het kamp

Een ‘onderkomen’ in het kamp

Pasen in het vluchtelingenkamp?
Het is bijna Pasen. Kun je dat wel vieren in een settlement? Het feest van de vernieuwing van alle dingen in een situatie van triestigheid? Hoe doe je dat? Ik stelde deze vraag aan 3 leiders in de Anglicaanse kerk. Dit is wat zij zeiden:
• Bisschop Emmanuel: ‘We schakelen onze jeugd in om op een aantal plekken in de kampen diensten te organiseren. We zingen dan liederen van vrede en hoop en dat geeft mensen weer hoop in hun hart. Daarom vieren we toch Pasen!’.
• Rev. Jonathan Soro: ‘Het zal geen normale viering worden in deze omstandigheden. Maar met Pasen vieren we dat er hoop is na het lijden. Dat is relevant voor ons en dát is onze christelijke hoop’.
• Golda Poni (medewerker Development): ‘Met Pasen vieren we dat in Christus een nieuw begin mogelijk is. Dat geeft ons hoop en dit is het begin van een proces van genezing’.

 

Prachtig preken

Laat ik iets vertellen over de twee vakken die ik afgelopen semester heb gegeven: preekkunde en Bijbelse theologie. Voor de liefhebber.

Eerst maar preekkunde. Dit vak gaf ik aan 2 groepen: certificate en diploma. De diploma-groep is het hogere niveau. Ik had op het internet een korte handleiding voor preken gevonden die door iemand in Zimbabwe was gebruikt. Dat leek me handig, maar in de praktijk van het lesgeven, viel deze syllabus erg tegen. Het niveau van Engels was te moeilijk en er zaten ook veel onnodige herhalingen in. Ik heb de studenten een stappenplan gegeven hoe je van bijbeltekst naar preek komt. Daarbij hebben we aandacht gegeven aan bijbeluitleg (exegese), het belang van de introductie, het gebruik van voorbeelden, maar ook aan preken uit het Oude Testament en preken tijdens een huwelijk of begrafenis.

Context en toepassing
De twee belangrijkste probleemgebieden waren het serieus nemen van de oorspronkelijke situatie van de bijbeltekst (context) en het toepassen van de boodschap in het Zuid-Soedan van nu. En volgens mij is dat wereldwijd gezien de uitdaging als het gaat om preken (ook in Nederland!). Het begrip context was en is voor veel studenten lastig te begrijpen. Ik heb het met heel veel voorbeelden geprobeerd duidelijk te maken. Sommige studenten snappen het nu, anderen hebben meer tijd nodig. Maar dat geeft niet. Zo hield een student een proefpreek over Galaten 5:1 en hij sprak over de vrijheid in Christus. Mooi thema natuurlijk. Hij zette daarbij de vrijheid in Christus tegenover het slavenjuk van de zonde en verwees naar Romeinen 6:6. Klinkt goed, maar dat doet helemaal geen recht aan wat de apostel Paulus schreef in de Galatenbrief. Die heeft het over vrijheid in Christus tegenover gebondenheid aan de Joodse wet! Een heel andere context dan in Romeinen 6:6.

Ook bij het toepassen van de boodschap vervallen veel studenten in algemeenheden. Zoals: we moeten meer geloof hebben, minder zondigen en meer dienen. En nogmaals: datzelfde heb ik regelmatig van Nederlandse kansels gehoord. Het vraagt studie, bezinning en gebed om de boodschap echt te laten landen in de belevingswereld van de hoorders. Maar het is wel nodig om dit serieus te nemen, want dan alleen gaan mensen ontdekken wat het christelijke geloof betekent voor het leven van elke dag.

Wekelijkse avondmaalsdienst

Bij sommige proefpreken van studenten werd ik blij, bij andere preken zat ik met gekromde tenen. Maar er is zeker vooruitgang te zien bij de studenten. Ze beseffen nu meer dan ooit dat ze de tekst moeten laten spreken en dat de preek moet landen bij de hoorders. Ook begrijpen ze nu beter dat een preek (veel) voorbereidingstijd nodig heeft en dat het een zaak van gebed en bijbelstudie is. Ik was heel erg blij na een preek van diploma-student Kwanyi Henri tijdens de wekelijkse avondmaalsdienst op de College. Z’n preek zat perfect in elkaar: duidelijke boodschap, prachtige illustratie over zijn opa, context serieus genomen en een stevige conclusie. Op zo’n moment is docent-zijn een geweldig vak!

Zie voor Bijbelse theologie de volgende blog.

Dansen met een kunstbeen

Ik geef een kort verslag van afgelopen zondag (17 juli 2011), omdat het een beetje laat zien hoe de zaken hier gaan. Ik was gevraagd om in de St. Luke-gemeente te preken en dan wel in de tweede dienst waar de lokale taal wordt gebruikt. Mijn Zuid-Soedanese buurman Alex is net deacon geworden en toegewezen aan die gemeente, dus ik ging met hem om 7.30 uur ’s morgens op de motor naar St. Luke. We vertrokken zonder ontbijt, omdat de keuken niet wist dat wij vroeg weg moesten. Het is ca. 20 minuten rijden naar St. Luke. Daar begon wat na 8 uur de Engelse dienst. Er waren nog maar weinig mensen, maar anderen komen als ze ‘geluid’ horen vanuit de kerk. Aan het einde van de dienst zat de kerk vol. Jennifer, een vroedvrouw uit Kenia die lesgeeft op de nursing school in Kajo-Keji, preekte over Mozes die vlucht uit Egypte naar Midjan. Rond een uur of 10 was de Engelse dienst afgelopen en gingen we naar het huis van pastor James, vlak naast de kerk. Daar kregen we ons ontbijt: soort warme choco-drank en broodjes. Na een half uurtje door naar de tweede dienst.

Kunstbeen
Opnieuw weinig mensen in de kerk en opnieuw liep het aardig vol richting het einde van de dienst. Mijn preek (die vertaald werd naar het Bari) ging over Jozua 3-4, het volk Israel dat de Jordaan oversteekt en het beloofde land binnentrekt. Natuurlijk linkte ik dat met het de vorming van de Republiek Zuid-Soedan. Mijn 3 punten waren: (1) God is (aanwezig) bij zijn volk, (2) herinneren wat God in het verleden heeft gedaan en (3) alle volken moeten weten dat Israels God machtig is. Het is moeilijk in te schatten of het overkomt. Ik kreeg geen feedback, maar dat is normaal. Ik probeerde het wel een beetje theatraal te doen (doortocht Jordaan) en ik gebruikte voorbeelden. Aan het eind van de dienst werden drie baby’s opgedragen. Dit was niet gepland, maar de moeders waren met die verwachting naar de kerk gekomen. Men doet het graag een week na de geboorte, in navolging van baby Jezus die met 8 dagen naar de tempel werd gebracht (Lukas 2). Later worden kinderen ook gedoopt in de kerk. Vervolgens kregen we een getuigenis van een oude broeder wiens been was geamputeerd. Het was nogal bijzonder om te zien hoe hij met een kruk en een kunstbeen ‘dansend’ naar voren kwam om te vertellen wat een geweldig werk de ‘witte dokters’ hadden verricht. Je kreeg zelfs eten in het ziekenhuis! (Daar zorgt de familie normaliter voor). En ze hadden een wc waar je op kon zítten!

Bidden in het ziekenhuis
Na de dienst (ca. 13.15 uur) gingen we eten bij pastor James, een soort dikke pap van cassave en sorghum met een mengsel van (een soort) spinazie met ei. Heel smakelijk. Inmiddels had m’n collega Alex gehoord dat z’n dochter in het ziekenhuis lag. Z’n dochter zit op een school met internaat in Kajo-Keji van de rooms-katholieke Comboni missionarissen. Het is een school met een hele goede reputatie. En zelfs als je familie in Kajo-Keji woont, dan nog moeten studenten in het internaat verblijven. Ze lag in het ziekenhuis vanwege malaria. Dus op naar het ziekenhuis. Ik was al eens op het terrein geweest, maar nog niet in de ziekenzaal. Een gedeelte van de gebouwen stammen uit 1934, dus die zijn vast door de Britse zending gebouwd. Ze zijn natuurlijk wel opgeknapt door de tijd. We gingen naar de vrouwenafdeling en daar stonden zo’n 14 bedden in een zaal met heel veel familieleden ernaast of erbij. De dochter van Alex was verzwakt, maar het ging op zich redelijk met haar. Op de grond lag een matras waar 2 meisjes op lagen. Het ene meisje had een enorm opgezwollen knie waar ze volgens haar oom al sinds januari last van had. Men had haar behandeld met ‘Afrikaanse medicijnen’, maar dat had niets uitgewerkt. Dan is er opeens een vrouw die zegt dat we moeten bidden voor dit meisje en dat deed ze toen ook. De hele zaal deed op een of andere manier mee.

Na het ziekenhuisbezoek gingen we op de motor terug naar de College, zo’n 7 km denk ik. Onderweg zagen we heel veel mensen langs de kant van de weg, sommigen huilden. Er was iets aan de hand. Op een bepaald moment stopte Alex om te vragen wat er was. Er was een auto-ongeluk gebeurd. Er was een oude chief overleden en hij werd die dag begraven. Zijn familie was uit Juba gekomen en net voor Kajo-Keji was de auto van de weg geraakt en over de kop gegaan. Een kleinzoon van de oude chief was daarbij op slag dood. Zeer tragisch. Even later reden we langs het autowrak, het was niet ver bij de College vandaan.

Blijdschap om Bartimeüs
Ik vertel ook nog iets over maandagavond. Toen bekeek ik samen met de studenten van de Lay Readers-training de Jezus-film in de Bari-taal (geprojecteerd op de witte muur in de bieb). Veel van deze studenten kijken heel weinig naar films of tv. Ze reageerden vaak op de gebeurtenissen in de film. En ze hielden zich nog in, omdat anderen anders het geluid niet goed konden horen. Ik keek regelmatig naar de gezichten van de vrouwen die iets achter me zaten. Er waren tranen van blijdschap toen Bartimeüs kon zien, er werd gelachen toen Zaccheus z’n geld weg gaf. Verontwaardiging klonk toen ze zagen hoe Jezus werd behandeld door de Romeinse soldaten. Afschuw toen Hij aan het kruis werd genageld. Tranen toen Hij daar hing aan het kruis op Golgotha en opluchting toen Hij verscheen aan zijn discipelen na de opstanding. Die avond werd het evangelie even ons verhaal.

Koperslang en de kerk

Morgen preek ik over 2 Kon. 18: de reformatie van koning Hizkia. De koperen slang is een opvallende verschijning in dat gedeelte. Dat wat eens een symbool van redding was, is nu geworden tot iets magisch dat om wierook vraagt. Hizkia maakt er korte metten mee, omdat het de plaats in neemt van het vertrouwen op God. In vers 5 staat het er met nadruk: op JHWH vertrouwde hij (Hizkia) en dus niet op de Koperslang. Wat zijn onze tradities en gewoonten (die ooit nuttig en goed waren) die het vertrouwen op God in de weg staan? Een kenmerk van dit soort hindernissen dat kerkenraden en commissies er zeeën van tijd mee kwijt zijn. Tijd die ze dan niet kunnen besteden aan de zaken waar het echt om gaat.