Tagarchief: Soedan

Op eigen benen

Nog een paar uur en dan staat Zuid-Soedan officieel op eigen benen. Op 9 juli 2011 zal het feest van de onafhankelijkheid groots gevierd gaan worden en ik ben er ook bij! Ik ga trouwens ook twee weken lesgeven aan ‘Lay Readers’ (leken-voorgangers), maar daar vertel ik later nog wel meer over. Hoe zal het gaan na 9 juli? Niemand die het weet, “alleen God” voegen ze er dan in Afrika terecht aan toe. En ik weet het natuurlijk ook niet. Een aantal van m’n collega’s op de school denkt dat er weer een oorlog zou kunnen komen in het grensgebied tussen Noord en Zuid. Anderen zijn bang dat er interne twisten uitbreken in het Zuiden.

Bevrijding
Ik las deze week een interessant artikel in het BBC-magazine ‘Focus on Africa’ over Zuid-Soedan. De auteur (Gill Lusk) zegt dat het Zuiden spreekt over een bevrijding uit slavernij. Men gebruikt metaforen als: het beloofde land en Jeruzalem. Dat zijn ook de beelden die ik heb gehoord. Het artikel zegt ook dat het Noorden de afscheiding niet echt heeft geaccepteerd en dat ze zullen proberen de nieuwe republiek zoveel mogelijk dwars te zitten. Het is dan ook enorm jammer (understatement) dat het Zuiden nu bezig is met veel geld uitgeven aan het leger. Geld dat niet wordt gebruikt voor wegen, gezondheidszorg en onderwijs.

Vragen
Het artikel zegt dat het niet eenvoudig is voor Noord en Zuid om afspraken te maken. “The NCP (Noord-Soedan, JAH) has broken every agreement it has ever signed…”. En zal het Zuiden investeerders weten aan te trekken? En zal ze een gevoel van eenheid kunnen bewerken tussen de verschillende etnische groepen? “Some observers have already warned of endemic tribalism, nepotism and corruption which if unchecked would have South Sudan swapping Arab domination for Dinka domination” (Nyambur Wambugu).

We gaan het allemaal zien. God weet het, zeggen ze in Afrika en laten we Hem bidden om vrede en voorspoed voor Zuid-Soedan.

Tijdsverspilling

In juni gaf ik (Jaap) les aan een groep studenten die de deeltijdopleiding Basisschool-leerkracht doen. Ze werken al als leerkracht, maar dit is een bijscholingstraject en ze komen in de vakantie een paar weken naar onze ‘College’ voor lessen. Ik gaf het vak ‘studie- en schrijfvaardigheden’ en we hadden het op een bepaald moment over directe en indirecte communicatie. Ik vertelde hen dat ik in Ethiopië had gewerkt en dat men daar over het algemeen zeer indirect communiceert. Ik had de indruk dat dit bij hun etnische groep in Zuid-Soedan (Bari of Koekoe) anders was.

Slecht nieuws
Omdat te testen, vroeg ik: “Hoe breng je de boodschap over dat iemand is overleden? Bijvoorbeeld aan een naast familielid?”. De studenten keken me aan alsof ze de vraag niet helemaal begrepen. Ze vonden het antwoord té voor de hand liggend. Een student zei: “Nou gewoon, je gaat naar iemand toe of je belt de persoon op en je zegt ‘Je moeder is overleden’. Dat is alles”. Dat is dus echt heel direct ten opzichte van mijn eerdere ervaringen in Ethiopië. Ik vertelde hen hoe men daar in zo’n situatie zou handelen.

Heel indirect
Als een vriend van de zoon de boodschap krijgt dat zijn moeder in het dorp buiten de stad is overleden, dan gaat hij naar de vriend toe en zegt: “Ik blijf vannacht bij je slapen”. ’s Morgens wekt de vriend de zoon en zegt dan: “Je moeder is ernstig ziek, laten we naar haar toe gaan in het dorp”. De zoon heeft dan wel door dat het ernstig is, maar hoe ernstig wordt hem niet op een directe manier verteld.

Een van mijn Soedanese studenten in de klas zei na het horen van dit verhaal uit Ethiopië: “Wat een tijdsverspilling!”. En dat laat duidelijk zien dat de Bari-cultuur in Zuid-Soedan nogal direct communiceert.

Gij zult niemand vergiftigen!

Ik (Jaap) heb opnieuw twee weken doorgebracht in Kajo-Keji, Zuid-Soedan. Hieronder een fotoverslag.

Elke morgen wordt het ontbijt gebracht. Veel vrouwen dragen spullen op het hoofd.

Eerst maar een en ander over hoe ik daar leef. Samen met een paar Soedanese collega’s krijg ik elke morgen een ontbijt geserveerd. Dat ontbijt wordt door de dames van de keuken op het hoofd gedragen (zie foto) en in de woonkamer van een van de collega neergezet. Het ontbijt bestaat meestal uit thee met brood (zonder beleg).

Water wordt ook op het hoofd vervoerd.

’s Morgens en ’s avonds krijg ik zo’n gele jerrycan met warm water (zie foto) waarmee ik me kan wassen. Bij ons huisje is buiten een speciale wasruimte. Dat gaat heel prima en het is heerlijk om aan het begin van de avond jezelf te ontdoen van zweet en stof!

Een typische maaltijd: maispap, bonen en iets groens.

Hierboven zie je een typische middag- of avondmaaltijd (zit weinig verschil tussen). We krijgen rijst of maispap, vrijwel altijd bruine bonen en soms vlees erbij of een gebakken ei. Soms ook iets spinazie-achtigs erbij. Het is allemaal heel goed te eten, maar na twee weken heb ik wel weer zin in iets anders!

Studenten theologie (diploma-niveau).

Dit is de nieuwe groep studenten die ik nu lesgeef. Zij studeren op ‘diploma-niveau’, dat kennen we in Nederland niet, maar dat zit onder Bachelor-niveau. Het is voor het eerst dat de College een studie op dit niveau heeft. Ik geef drie vakken: Bijbeluitleg, studievaardigheden en Engels. In de twee weken dat ik in Kajo-Keji ben, geef ik intensief les: elke morgen van 8.30 tot 13.00 uur. Aan het eind van de morgen geef ik Engels en dat probeer ik heel actief te doen, want vanwege de warmte zijn we dan allemaal wat moe! Alle studenten hebben al een bepaalde taak in de kerk (veel zijn predikant), maar ze willen graag beter toegerust worden. Het vak Bijbeluitleg vind ik erg leuk om te geven. We proberen te ondekken wat de Bijbel betekent volgens de bedoeling van de bijbelschrijvers en we vragen ons af wat die boodschap nu betekent voor de kerk in Soedan. Dat levert mooi gesprekken op.

De college-bieb wordt goed gebruikt.

Aan het eind van m’n vorige bezoek had ik onverwacht 2 dagen vrij. Toen heb ik – met behulp van een student – de bibliotheek gereorganiseerd. Alle boeken waren kris-kras-door-elkaar op de planken gezet en het was moeilijk iets te vinden. Ook waren er geen tafels en stoelen. Toen ik de vorige keer weg ging, stonden de boeken per categorie (bv. OT, NT, Dogmatiek, Kerkgeschiedenis) gesorteerd, maar de bieb werd amper gebruikt omdat je er niet kon zitten! Toen ik nu in de bieb kwam, stonden er prachtige tafels en stoelen en het was er druk! De bibliotheek wordt nu heel goed gebruikt en dat is erg bemoedigend om te zien.

Op weg naar de dienst: koor, Mothers’ Union, voorgangers en bisschop Anthony.

Op zondag 6 februari ging ik met bisschop Anthony mee naar een kerkdienst ergens buiten Kajo-Keji. Het werd een dienst van zo’n 4 uur, want er moest heel wat worden gedaan: confirmatie van catechisanten, de bevestiging van twee voorgangers en het vieren van het avondmaal.

Handoplegging bij het doen van belijdenis.

Bisschop Anthony neemt het doen van belijdenis heel serieus. Je moet het echt met overtuiging doen en niet uit ‘gewoonte of bijgelovigheid’. Daarom krijgt elke kandidaat een vraag te beantwoorden en zeggen ze samen de geloofsbelijdenis en het Onze Vader op. Op de vraag wat het 5e gebod is, gaf een van de kandidaten als antwoord: Gij zult niemand vergiftigen! Dat leverde gegrinnik op in de kerk. De achtergrond hiervan is dat er in de regio Kajo-Keji veel geruchten zijn over mensen die elkaar vergiftigen. Gij zult niet doden betekent in die context dus al heel snel: Gij zult niet vergiftigen!
Een ander bijzonder feit was dat een van de kandidaten ’s nachts een baby had gekregen! Aan het eind van de dienst was de jonge moeder toch aanwezig en deed ook zij belijdenis. Mooi was dat ze op haar plek mocht blijven zitten en dat de bisschop naar haar toe ging voor de handoplegging.

Viering van Avondmaal met wijn en biscuit.

Na een uur of drie was het tijd voor de viering van het Avondmaal. Dat gebeurt met wijn en zoete biscuit. Ik vind dat steeds weer een bijzonder moment. Het maakt niet uit welke ‘elementen’ gebruikt worden, het gaat erom dat Gods genade naar ons toekomt. We komen zoals we zijn: blank of zwart, arm of rijk, educated of analfabeet… Voor ons allen geldt: ‘het lichaam van Christus verbroken voor u’ en ‘het bloed van Christus vergoten voor jou’.

Open handen

Misschien ben ik wel wat naief of te optimistisch over de kerk in Afrika. Ik geef toe dat ik niet helemaal objectief ben. Toch blijf ik volhouden dat we heel wat kunnen leren van zusters en broeders in dit werelddeel. Als het ons lukt om door fouten en falen heen te kijken, dan zien we geloof, volharding en betrokkenheid op elkaar.

Laat ik – als illustratie – wat meer vertellen over de viering die we hier elke donderdag op school hebben. We zingen, er is een preek en we vieren avondmaal. De studenten en docenten krijgen om de beurt een taak toegewezen. Afgelopen donderdag werd er zelfs een baby gedoopt, het kindje van een vrouwelijke student (zie foto). Dat vond ik wel heel bijzonder.

De dienst gaat vaak niet helemaal perfect: de onderdelen van de liturgie volgen niet altijd logisch op elkaar, de liturgische kleuren combineren meestal niet zo en ter plekke wordt van alles geimproviseerd. Afgelopen donderdag moest ik glimlachen toen ik zag dat de broeder die de dienst leidde, zijn liturgische sjerp (ik weet de technische term niet) bij elkaar hield met een promotiebutton voor malarianetten!

Maar als je daar allemaal door- en langsheen kijkt, dan zie je een mooie mengeling van formele liturgie én de vrijheid om daarvan af te wijken en God te prijzen in lokale vormen. Dan zie je een vast vertrouwen op God. Dan zie je vreugde vanwege het geloof en dan zie je een hechte band onderling.

In het avondmaal komen al die elementen samen. We wassen eerst onze handen (net als bij een gewone maaltijd!) en gaan dan naar voren om brood en wijn te ontvangen. Dit in de vorm van een stukje zoete biscuit dat door de priester in de wijn wordt gedoopt. Op dat moment vallen alle verschillen weg: blank of zwart, ‘ordained’ of gewoon gemeentelid, student of docent. We openen onze handen en ontvangen genade van God.

Kijken in Kajo-Keji

Ik ben nu al weer een week terug uit Kajo Keji en het is tijd voor een kort verslagje. In de komende (echte!) nieuwsbrief volgt meer o.a. over dit bezoek, dus ik houd het hier een beetje kort. Laat ik maar met de conclusie beginnen: ik ben positief terug gekomen uit Soedan. Ik denk een goede indruk te hebben gekregen van het reilen en zeilen van de theologische school waar ik ga werken. Qua gebouwen ziet het er allemaal indrukwekkend uit, maar er is een duidelijk gebrek aan leermiddelen en aan personeel. Op dit moment zijn er twee groepen studenten. De ene groep bestaat uit voorgangers en kerkleiders die een ‘bijspijker-training’ volgen. Zij komen voor een blok van 3 maanden en gaan dan weer terug naar hun gemeente. In totaal volgen zij zo vier blokken van 3 maanden, een jaar dus. Deze training gebeurt in de Bari-taal, de lokale taal. Daarnaast is er de groep die een erkende opleiding doet: ‘certificate in theology’. Dit is een driejarig, Engelstalig programma. Ik zal me vooral met die groep bezig houden.

Ik was blij dat er in de week dat ik in Kajo Keji was, ook net een nieuwe Soedanese docent, Alex, was gearriveerd. Hij heeft tot nu toe in Khartoem gewoond en is nu terug gekomen naar zijn geboortestreek. Ik heb veel van m’n tijd samen met Alex doorgebracht.

Ik heb nu afgesproken dat ik in oktober en in november naar Kajo Keji terug ga, beide keren voor een periode van twee weken. Dan ga ik – in een intensieve vorm – het vak ‘Major themes in theology’ geven. Daarnaast geef ik ook het vak Engels. Ik ben blij dat we nu concrete afspraken hebben gemaakt en dat ik aan de slag kan gaan.

Ik heb ook een en ander van de streek gezien en van wat de kerk daar doet. Er zijn niet zoveel auto’s, maar des te meer brommers voor het vervoer van mensen, dieren en spullen. Ik mocht met bisschop Anthony mee naar de ‘dedication’ van een ambulance voor Kajo Keji en ik ben mee geweest naar een belijdenisdienst op het platteland. Bekijk hier een aantal foto’s daarvan.

De burgeroorlog en de politieke situatie zijn nadrukkelijk aanwezig in het leven van mensen. In hun levensverhaal klinkt regelmatig: “toen zat ik in het vluchtelingenkamp” en “toen konden we terug naar onze geboortegrond”. Veel oudere studenten hebben hun scholing daarom moeten onderbreken of stoppen. Het referendum over de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan komt steeds dichterbij (begin januari 2011). De stemming in Kajo Keji lijkt te zijn dat het Zuiden apart moet gaan. Dat levert opnieuw grote vragen op over de toekomst van het land en de mensen.

Ondertussen waren Mirjam, Desta en David in Kampala. Ze hadden ook een goede week. Niet zonder uitdagingen, maar het is goed gegaan. De jongens vinden steeds beter hun plekje op school. Mirjam geeft nu twee keer in de week een uurtje Nederlandse les aan kinderen van een MAF-familie.

Onder de palmboom

Om dit bericht te versturen sta ik op een paar stenen onder de palmboom met uitzicht op de nieuwe kerk in aanbouw. Want op díe plek kun je het mobiele netwerk van Uganda ontvangen. En dat heb ik nodig met mijn simcard. Ik ben voor een week in Kajo Keji (Zuid-Soedan). Hierbij een paar eerste indrukken.

Met een vliegtuigje van de MAF ben ik hierheen gevlogen. Toen we landden op de airstrip, stak er net nog een brommer over… Samen met een paar andere gasten werd ik opgehaald door een delegatie van de kerk.

We kregen thee en gingen daarna op bezoek bij een cursus die verzorgd wordt door een team uit de UK, over trauma healing. Ook werd ik naar m’n verblijf voor de week gebracht. Dat  bleek ons toekomstige huisje te zijn dat ik al van de foto’s kende! Er stond al een 2-persoonsbed en 2 enkele bedden voor de jongens. Ik kreeg ook een persoonlijk toilet (Franse stijl) toebedeeld in het toilethuisje. Ik voelde me welkom! Aan het eind van de middag kreeg ik een jerrycan warm water om me te wassen. En ’s avonds werd m’n muskietennet nog beter opgehangen, hoewel ik het al prima vond.

Terug naar de middag: de principal gaf alle gasten een rondleiding over het terrein van de school. Conclusie: veel potentieel, mooie gebouwen, maar telkens weer te weinig geld en onvoldoende menskracht als remmende factoren. Daarna aten we lunch met de workshop-groep: ugali, rijst, vissaus, okra & bonen. Was lekker.

Later in de middag een eerste bijeenkomst met de  bisschop, de principal en Alex, een Soedanese docent die ook nieuw is. Het tekort aan middelen en mensen leidt tot een vicieuze cirkel van gebrek aan motivatie en kwaliteitsverlies. Genoeg te doen, dat is duidelijk. ’s Avonds eet ik samen met Alex en praten we over van alles en nog wat. Rond 10 uur ga ik naar bed, moe van alle indrukken, maar ook bemoedigd door de ontmoetingen.

GZB benoemt docent voor Zuid-Soedan

De GZB heeft J.A. (Jaap) Haasnoot (42) uit Ede benoemd als docent/toeruster binnen de Episcopal Church of Sudan. Jaap zal binnen de diocese (’classis’) Kajo Keji van deze kerk predikanten toerusten en nieuwe kerkelijke leiders opleiden.

Sinds de ondertekening van het vredesverdrag in Zuid-Soedan kan deze kerk meer aandacht geven aan theologisch onderwijs. Vanwege de groei van de kerk is er behoefte aan goed opgeleide voorgangers. Op de theologische school in Kajo Keji worden studenten opgeleid tot predikant. Daarnaast worden er bijscholingscursussen gegeven voor predikanten die al in een gemeente werkzaam zijn. De theologische school verhuisde drie jaar geleden van Noord-Oeganda naar Kajo Keji in Zuid-Soedan.

Jaap en Mirjam Haasnoot zijn in 2005 als zendingswerkers teruggekeerd uit Ethiopië. Zij werkten daar namens de GZB en Wycliffe/SIL als bijbelvertalers. Terug in Nederland is Jaap als beleidsmedewerker en toeruster voor de EZA (Evangelische Zendingsalliantie) aan de slag gegaan.

Jaap en Mirjam hebben vier zoons. Zij hopen na de zomer naar Zuid-Soedan te vertrekken.

Persbericht GZB, 22 april 2010