Tagarchief: cultuur

Kan een muzungu ook iets leren?

Ik ben een blanke zendingswerker en woon in Oeganda. Dat betekent voor veel Oegandezen nog steeds dat je hier iets komt brengen: geloof, kennis of geld. En eerlijk gezegd denk ik dat zelf ook vaak: Ik werk hier als blanke, als muzungu, in Oost-Afrika om te geven en te dienen. Dat laatste klinkt al wat beter, maar zelfs dán wil ik graag een voorbeeld zijn voor anderen en opnieuw iets geven.

giveNu is er niets mis met geven, maar als we zending echt op het niveau van gelijkwaardigheid willen brengen, dan zullen we in de kerk wereldwijd ook moeten kunnen ontvangen. En dat valt voor ons in het Westen in de praktijk niet mee. Omdat onze culturen en situaties zo verschillend zijn, denken we al snel dat we niets kunnen leren en daarmee sluiten we ons af. Daarbij krijgt je van ‘geven’ vaak ook nog een goed gevoel.

Laat ik wat concreter worden. Ik heb een poosje geleden de volgende vijf punten opgeschreven van zaken die ik kan leren van mensen in deze regio.
1. God is betrokken bij het hele leven. Alles heeft met Hem te maken.
2. Neem de tijd om belangrijke gebeurtenissen te vieren en te gedenken.
3. Leef het leven en neem de dingen zoals ze komen. Je kunt je niet overal tegen verzekeren.
4. De maaltijd is een ontmoetingsplek en een moment om dat wat er is met elkaar te delen.
5. Geniet van het moment. Lachen, zingen, dansen… als je het leven kunt vieren, dan moet je dat doen.

Ik zou ook een lijstje kunnen maken met zaken die specifiek voor de christelijke kerk gelden, maar dat doe ik een andere keer. Laten we hier eens mee beginnen. Wat kan ik als muzungu met deze vijf punten in het leven van elke dag?

Het evangelie als tegenkracht

Eind september ontstond er een gewelddadig conflict in het gebied waar wij wonen in Zuid-Soedan. Dit lokale conflict had niets te maken met de machtsstrijd tussen de president en voormalige vice-president. In Kajo-Keji ging het om een grensconflict. Al jaren lang zijn er problemen over land in het grensgebied. Welk land hoort nu bij Oeganda en welk gebied is van Zuid-Soedan? De grens is niet duidelijk gemarkeerd. Het hele verhaal over wat er nu gebeurde, is wat complex, maar het gevolg is dat er aan beide kanten van de grens onlusten uitbraken. De Zuid-Soedanezen die aan de Oegandese kant woonden, vluchtten naar Kajo-Keji en de Oegandezen die in Kajo-Keji woonden, zochten bescherming bij de politie in Zuid-Soedan. Nu is het gelukkig weer rustig, maar het probleem is nog niet opgelost.

Andere ogen
Het trieste is dat mensen die al jarenlang buren zijn, dan opeens met andere ogen naar elkaar gaan kijken: jij bent toch ook van die andere stam? Hierbij moeten we wel zeggen dat slechts een kleine groep mensen echt gewelddadig werd. Vaak zijn het jongeren die de kans grijpen om rottigheid uit te halen.

Tegenkracht
Gelukkig is het Evangelie een tegenkracht: in Christus zijn we allemaal één. Het christelijke geloof doorbreekt grenzen van huidskleur, afstamming en klasse. Je naaste is juist de ander, iemand die niet zo is als jij. Wij hebben in deze situatie gezien wat dat uitwerkt. Verschillende christenen hebben hulp en bescherming geboden aan mensen van de ‘andere etnische groep’.

Jongste gast ooit
Zo had bisschop Anthony 3 mensen in zijn huis te gast die bescherming nodig hadden. Een van die mensen was nog maar een paar dagen oud! Dit is het verhaal. Mary kwam oorspronkelijk uit Oeganda, maar woont al heel lang in Kajo-Keji. Ze is daar getrouwd met een Zuid-Soedanese man, die ook een andere vrouw heeft. Op de dag toen het conflict uitbrak, lag Mary net in het ziekenhuis, ze was de vorige dag bevallen. Ze werd echter uit het ziekenhuis ontslagen, omdat ze van de ‘andere groep’ was. Ze ging naar huis, maar haar man was bij zijn andere vrouw.  Ze bracht een angstige nacht door in haar huisje, barricadeerde de deur, bang om aangevallen te worden. De volgende dag brachten kerkmensen haar naar het politiebureau, dat was de veiligste plek. Op de avond van de volgende dag bracht bisschop Anthony een bezoek aan de 140 mensen die toevlucht hadden gezocht bij de politie. Mary sprak de bisschop aan en vertelde dat haar paar dagen oude baby de hele nacht had gehuild vanwege de kou. Bisschop Anthony besloot moeder en kind mee naar zijn huis te nemen en zo werd Yokwe de jongste bezoeker die de bisschop ooit over de vloer heeft gehad.

Een week later ging ze terug naar huis. De chief van het gebied stond voor haar veiligheid in. Mirjam en ik gingen met de bisschop mee om haar thuis te brengen. Bij haar huis werd ze ontvangen door buren en kerkleden. We baden samen en gingen nog even op de foto (om privacyredenen zijn de meeste gezichten onherkenbaar gemaakt. Yokwe ligt in de armen van een buurvrouw in de witte doek).

Mary & Yokwe weer thuis

Mary & Yokwe weer thuis

De betekenis van bliksem

Eind september was er een tragische gebeurtenis op een school in de buurt van Kajo-Keji, Zuid-Soedan. Zo rond half vier ’s middags begon het te regenen en te onweren. Op dat tijdstip zaten de leerlingen nog in de klas. Opeens sloeg de bliksem in bij de basisschool en 5 leerlingen van de hoogste groepen en een leerkracht waren op slag dood. Een paar anderen waren gewond, de rest in de klassen ongedeerd. Een ongelofelijk drama! Vanuit de omgeving stromen mensen toe en het gehuil, geroep en geschreeuw is in de wijde omgeving te horen.

bliksemArchdeacon (opziener) Emmanuel vertelt me dit verhaal. Hij is opziener van de Anglicaanse kerk in die streek. Hij vervolgt: “Toen ik ter plaatse kwam, was de situatie chaotisch. Mensen huilden en krijsten vanwege de verliezen, maar er waren ook mensen de kwaad waren en bitter. De sfeer werd dreigend, men wilde wraak. In onze cultuur heeft ziekte en ellende altijd een oorzaak. Verschillende mensen begonnen drie individuen te beschuldigen. Zij hadden een soort vervloeking uitgesproken en dáárom was de bliksem ingeslagen”. Archdeacon Emmanuel probeerde door te praten de gemoederen te sussen en kondigde aan dat er na de begrafenissen een bijeenkomst zou zijn om dit alles te bespreken. De drie die beschuldigd werden, voelden zich zo bedreigd dat zij bescherming zochten bij de politie.

Bijeenkomst
Eerst werden alle doden begraven (dat gebeurt hier meestal meteen de volgende dag) en daarna organiseerde de kerk de genoemde discussie-bijeenkomst. Daar kwamen zo’n 700 mensen op af. Iedereen mocht z’n zegje doen en uiteindelijk ontstond er een soort van consensus dat deze blikseminslag te maken had met een conflict tussen de schoolleiding en de ouders. De school was gebouwd door de ‘community’, maar nu werd de school commercieel gerund. De ouders vonden het schoolgeld veel te hoog en dat terwijl het hún schoolgebouw was. Dit conflict speelde al langere tijd en daarom was dit onheil geschied. Dat betekende dus ook dat het niets te maken had met de 3 mensen die beschuldigd waren! Zij werden ‘vrijgesproken’, maar dat betekende niet dat ze terug konden naar hun huis en familie. Het is beter dat ze een poosje weg zijn…

Gebed
Er werd ook besloten dat de kerk een ‘reinigingsgebed’ zou doen op de school, de eerstkomende zondag. Daarna zouden de lessen weer beginnen. Op die zondag waren er 2500 mensen bijeen voor het ‘cleansing prayer’. En daarna begonnen de lessen weer. Maar… de zondag erop, in de nacht, sloeg de bliksem opnieuw in! Waarom gebeurde dit opnieuw? Sommige zeggen: het gebed had geen enkel effect, het probleem is nog niet opgelost. Anderen zeggen: ja, het probleem is nog niet opgelost, maar in ieder geval was het nu ’s nachts en raakte niemand gewond. Archdeacon voegde er ook nog aan toe: “We hebben ook besloten dat nu elke school een bliksemafleider moet hebben!”.

Verschillend wereldbeeld
Tja, hoe kijken we vanuit het Westen naar zo’n verhaal? We zien duidelijk verschillen hoe we naar de werkelijkheid kijken. In Afrika moet elk effect een oorzaak hebben, lijkt het. Wij in het Westen leggen die verbanden helemaal niet. We gaan liever mee met een wetenschappelijke verklaring dan dat we zoeken naar zonde en schuld als oorzaken van ellende. Het zou mooi zijn als christenen vanuit Afrika en (bijvoorbeeld) Nederland hierover eens in gesprek gingen! Dit verhaal laat wel zien dat de kerk een belangrijke taak heeft binnen de gemeenschap. In dit geval voorkomt de kerk dat 3 onschuldige mensen de dupe worden van het willen vinden van een zondebok. Ook het ritueel van het ‘reinigingsgebed’ is belangrijk. Daarna kan men op een bepaalde manier weer verder met het leven. Maar ja, dan een tweede inslag. Het verhaal is nog niet ten einde, dat is duidelijk.

Dansen met een kunstbeen

Ik geef een kort verslag van afgelopen zondag (17 juli 2011), omdat het een beetje laat zien hoe de zaken hier gaan. Ik was gevraagd om in de St. Luke-gemeente te preken en dan wel in de tweede dienst waar de lokale taal wordt gebruikt. Mijn Zuid-Soedanese buurman Alex is net deacon geworden en toegewezen aan die gemeente, dus ik ging met hem om 7.30 uur ’s morgens op de motor naar St. Luke. We vertrokken zonder ontbijt, omdat de keuken niet wist dat wij vroeg weg moesten. Het is ca. 20 minuten rijden naar St. Luke. Daar begon wat na 8 uur de Engelse dienst. Er waren nog maar weinig mensen, maar anderen komen als ze ‘geluid’ horen vanuit de kerk. Aan het einde van de dienst zat de kerk vol. Jennifer, een vroedvrouw uit Kenia die lesgeeft op de nursing school in Kajo-Keji, preekte over Mozes die vlucht uit Egypte naar Midjan. Rond een uur of 10 was de Engelse dienst afgelopen en gingen we naar het huis van pastor James, vlak naast de kerk. Daar kregen we ons ontbijt: soort warme choco-drank en broodjes. Na een half uurtje door naar de tweede dienst.

Kunstbeen
Opnieuw weinig mensen in de kerk en opnieuw liep het aardig vol richting het einde van de dienst. Mijn preek (die vertaald werd naar het Bari) ging over Jozua 3-4, het volk Israel dat de Jordaan oversteekt en het beloofde land binnentrekt. Natuurlijk linkte ik dat met het de vorming van de Republiek Zuid-Soedan. Mijn 3 punten waren: (1) God is (aanwezig) bij zijn volk, (2) herinneren wat God in het verleden heeft gedaan en (3) alle volken moeten weten dat Israels God machtig is. Het is moeilijk in te schatten of het overkomt. Ik kreeg geen feedback, maar dat is normaal. Ik probeerde het wel een beetje theatraal te doen (doortocht Jordaan) en ik gebruikte voorbeelden. Aan het eind van de dienst werden drie baby’s opgedragen. Dit was niet gepland, maar de moeders waren met die verwachting naar de kerk gekomen. Men doet het graag een week na de geboorte, in navolging van baby Jezus die met 8 dagen naar de tempel werd gebracht (Lukas 2). Later worden kinderen ook gedoopt in de kerk. Vervolgens kregen we een getuigenis van een oude broeder wiens been was geamputeerd. Het was nogal bijzonder om te zien hoe hij met een kruk en een kunstbeen ‘dansend’ naar voren kwam om te vertellen wat een geweldig werk de ‘witte dokters’ hadden verricht. Je kreeg zelfs eten in het ziekenhuis! (Daar zorgt de familie normaliter voor). En ze hadden een wc waar je op kon zítten!

Bidden in het ziekenhuis
Na de dienst (ca. 13.15 uur) gingen we eten bij pastor James, een soort dikke pap van cassave en sorghum met een mengsel van (een soort) spinazie met ei. Heel smakelijk. Inmiddels had m’n collega Alex gehoord dat z’n dochter in het ziekenhuis lag. Z’n dochter zit op een school met internaat in Kajo-Keji van de rooms-katholieke Comboni missionarissen. Het is een school met een hele goede reputatie. En zelfs als je familie in Kajo-Keji woont, dan nog moeten studenten in het internaat verblijven. Ze lag in het ziekenhuis vanwege malaria. Dus op naar het ziekenhuis. Ik was al eens op het terrein geweest, maar nog niet in de ziekenzaal. Een gedeelte van de gebouwen stammen uit 1934, dus die zijn vast door de Britse zending gebouwd. Ze zijn natuurlijk wel opgeknapt door de tijd. We gingen naar de vrouwenafdeling en daar stonden zo’n 14 bedden in een zaal met heel veel familieleden ernaast of erbij. De dochter van Alex was verzwakt, maar het ging op zich redelijk met haar. Op de grond lag een matras waar 2 meisjes op lagen. Het ene meisje had een enorm opgezwollen knie waar ze volgens haar oom al sinds januari last van had. Men had haar behandeld met ‘Afrikaanse medicijnen’, maar dat had niets uitgewerkt. Dan is er opeens een vrouw die zegt dat we moeten bidden voor dit meisje en dat deed ze toen ook. De hele zaal deed op een of andere manier mee.

Na het ziekenhuisbezoek gingen we op de motor terug naar de College, zo’n 7 km denk ik. Onderweg zagen we heel veel mensen langs de kant van de weg, sommigen huilden. Er was iets aan de hand. Op een bepaald moment stopte Alex om te vragen wat er was. Er was een auto-ongeluk gebeurd. Er was een oude chief overleden en hij werd die dag begraven. Zijn familie was uit Juba gekomen en net voor Kajo-Keji was de auto van de weg geraakt en over de kop gegaan. Een kleinzoon van de oude chief was daarbij op slag dood. Zeer tragisch. Even later reden we langs het autowrak, het was niet ver bij de College vandaan.

Blijdschap om Bartimeüs
Ik vertel ook nog iets over maandagavond. Toen bekeek ik samen met de studenten van de Lay Readers-training de Jezus-film in de Bari-taal (geprojecteerd op de witte muur in de bieb). Veel van deze studenten kijken heel weinig naar films of tv. Ze reageerden vaak op de gebeurtenissen in de film. En ze hielden zich nog in, omdat anderen anders het geluid niet goed konden horen. Ik keek regelmatig naar de gezichten van de vrouwen die iets achter me zaten. Er waren tranen van blijdschap toen Bartimeüs kon zien, er werd gelachen toen Zaccheus z’n geld weg gaf. Verontwaardiging klonk toen ze zagen hoe Jezus werd behandeld door de Romeinse soldaten. Afschuw toen Hij aan het kruis werd genageld. Tranen toen Hij daar hing aan het kruis op Golgotha en opluchting toen Hij verscheen aan zijn discipelen na de opstanding. Die avond werd het evangelie even ons verhaal.

Tijdsverspilling

In juni gaf ik (Jaap) les aan een groep studenten die de deeltijdopleiding Basisschool-leerkracht doen. Ze werken al als leerkracht, maar dit is een bijscholingstraject en ze komen in de vakantie een paar weken naar onze ‘College’ voor lessen. Ik gaf het vak ‘studie- en schrijfvaardigheden’ en we hadden het op een bepaald moment over directe en indirecte communicatie. Ik vertelde hen dat ik in Ethiopië had gewerkt en dat men daar over het algemeen zeer indirect communiceert. Ik had de indruk dat dit bij hun etnische groep in Zuid-Soedan (Bari of Koekoe) anders was.

Slecht nieuws
Omdat te testen, vroeg ik: “Hoe breng je de boodschap over dat iemand is overleden? Bijvoorbeeld aan een naast familielid?”. De studenten keken me aan alsof ze de vraag niet helemaal begrepen. Ze vonden het antwoord té voor de hand liggend. Een student zei: “Nou gewoon, je gaat naar iemand toe of je belt de persoon op en je zegt ‘Je moeder is overleden’. Dat is alles”. Dat is dus echt heel direct ten opzichte van mijn eerdere ervaringen in Ethiopië. Ik vertelde hen hoe men daar in zo’n situatie zou handelen.

Heel indirect
Als een vriend van de zoon de boodschap krijgt dat zijn moeder in het dorp buiten de stad is overleden, dan gaat hij naar de vriend toe en zegt: “Ik blijf vannacht bij je slapen”. ’s Morgens wekt de vriend de zoon en zegt dan: “Je moeder is ernstig ziek, laten we naar haar toe gaan in het dorp”. De zoon heeft dan wel door dat het ernstig is, maar hoe ernstig wordt hem niet op een directe manier verteld.

Een van mijn Soedanese studenten in de klas zei na het horen van dit verhaal uit Ethiopië: “Wat een tijdsverspilling!”. En dat laat duidelijk zien dat de Bari-cultuur in Zuid-Soedan nogal direct communiceert.

Eenvoud maakt vrij

De periodes dat ik (Jaap) in Kajo-Keji ben, leef ik aardig ‘basic’. In het huisje waar ik verblijf is geen electriciteit of stromend water. ’s Avonds gebruik ik een lamp die is opgeladen met zonne-energie en ik was mezelf met water dat de dames van de keuken in een jerrycan bij me thuis bezorgen. Overdag laad ik m’n laptop op in m’n kantoortje bij de bibliotheek waar wel electricteit is (zonne-energie), zodat ik ‘m ’s avonds kan gebruiken. Verder eet ik mee met de staf van de school. Dat eten is beter dan wat de studenten krijgen, maar de keuze is zeer beperkt: meestal rijst of maispap met (vaak) bruine bonen en/of spinazie-achtige groente. Daarnaast een paar keer per week gebakken ei en soms vlees. Als we geluk hebben, is er twee keer per dag een uur internet en om te bellen moet ik naar een bepaalde plek op het terrein gaan, want daar heb ik bereik met m’n mobiel.

Ik vertel dit allemaal niet om bewondering te oogsten. Ik ben (opnieuw) tot de ontdekking gekomen dat simpel leven sterk is! Er is (voor mij) weinig te doen in Kajo-Keji en soms verveel ik me ook wel (laat ik het niet mooier maken dan het is). Maar toch, uiteindelijk is het niet verkeerd om weinig keuzes en weinig afleiding te hebben! Ik heb veel meer tijd om te reflecteren, te lezen en ik besteed meer tijd aan bijbellezen en gebed. Dat komt natuurlijk ook wel omdat ik alleen ben (zonder m’n gezin), maar het heeft zeker ook te maken met de eenvoudige levensstijl.

Meer tijd
U voelt hem al aankomen: hier hebben we een les te pakken! In Nederland (en het Westen in het algemeen) denken we dat hoe meer we kunnen kiezen, des te gelukkiger we worden. Meer tv-zenders, sneller internet, grotere supermarkt, luxere auto, meer kerken/gemeenten om uit te kiezen… en ga zo maar door. En eigenlijk weten we allemaal wel, dat het niet werkt. Ook met 150 tv-zenders kun je verveeld achter de tv zitten. En ook in Nederland heb je maar 24 uur in een dag. Met al die keuzes gaat veel tijd verloren. Tijd die we niet besteden aan vrienden en familie, aan God (!) of aan een goed boek.

Tegendraadser
Dit is geen pleidooi voor cultuurpessimisme of tegen ontwikkeling. Het is wel een uitdaging voor christenen (en anderen!) om wat tegendraadser te zijn en bewust te kiezen voor een simpeler leven. Want dat is op zichzelf al een getuigenis.

Toverij heeft z’n prijs

Eind vorige week kwam ik terug uit Kajo Keji (Zuid-Soedan). Ik heb daar twee weken les gegeven. Omdat ik ik in korte tijd veel uren moest ‘maken’, gaf ik elke morgen 3 uur theologie en 1 uur Engels aan het groepje studenten dat het driejarige certificate-programma doet. Het was boeiend om met de studenten bezig te zijn en te proberen ontdekken wat het Evangelie te zeggen heeft in de eigen situatie en context.

Waarom stierf het kind?
Ik besprak met de studenten ook de volgende casus. Deze casus hebben we ook in Ede tijdens een presentatie half augustus aan de orde gesteld. De reacties daar en hier waren nogal verschillend, daarover zo meer.

Eerst het verhaal: Ama is een Afrikaanse vrouw van bijna 40. Voordat ze christen werd, ging ze samen met haar man naar een medicijnman, omdat ze geen kinderen kon krijgen. De medicijnman deed een bepaald ritueel en beloofde Ama dat ze kinderen zou krijgen. Ze moest wel elk jaar naar de ‘heilige plek’ om offers te brengen bij de goden.
Ama kreeg inderdaad 2 kinderen en bracht elk jaar offers. Op een bepaald moment werd ze christen (na de geboorte van haar 2e kind) en ging niet meer naar de heilige plek. Niet lang daarna stierf haar eerste kind en ook haar 2e kind werd ernstig ziek.
Ama ging naar haar predikant en vroeg om raad. Hij maakte haar duidelijk dat Jezus machtiger was dan de goden en de dominee bad voor haar en haar gezin. Ama is wat teleurgesteld en zegt tegen vrienden: “De dominee deed niets, hij sprak alleen maar een gebed uit!”.

De gespreksvragen bij dit verhaal zijn: 1. Waarom stierf het eerste kind? en 2. Wat vinden we van de aanpak van de dominee?

Onbekend
In Ede waren de reacties ietwat divers, maar in grote lijnen was iedereen het erover eens dat we op de eerste vraag geen antwoord hebben. Dat weten we gewoonweg niet. Bij de tweede vraag vonden sommigen dat de predikant naast gebed een christelijk ritueel had kunnen doen en anderen waren blij met zijn eenvoudige focus op gebed.

Prijs
Voor de Soedandese studenten was het antwoord op de eerste vraag helder: het kind was verwekt onder invloed van toverij en dat heeft z’n prijs. Als je onder de macht van de medicijnman weg wilt, dan neemt hij terug wat van hem is. In dit geval het kind.
Het antwoord op de tweede vraag kwam dichterbij de reacties in Ede. De studenten zouden echter beginnen met de diagnose. De predikant moet precies weten wat er allemaal is gebeurd en wat de banden zijn van het gezin met toverij en traditionele religie. De diagnose is nodig om goed en specifiek te kunnen bidden en de kracht van de boze te verbreken. Ze vonden verder dat eenvoudige rituelen (bijvoorbeeld handoplegging en kruisteken) prima zijn, maar geen uitgebreide rituele handelingen, omdat mensen daar opnieuw magische betekenis aan gaan geven. Het gaat om vertrouwen op de God die machtiger is dan magie en medicijnman.

Karen Blixen en de PVV

Mag ik eens een Afrikaans perspectief op de PVV geven? Nou ja, niet echt Afrikaans want hieronder volgt een citaat van Karen Blixen, de Deense auteur die vooral bekend is van het boek ‘Out of Africa’. Dat boek begint met die mooie zin: “I had a farm in Africa at the foot of the Ngong Hills…”. Nu lees ik een verhalenbundel van haar ‘Schaduwen op het gras’ uit 1962 (Ned. vertaling). Ze schrijft over de sterke band die ze had met haar bediende Farah. In dat verband zegt ze het volgende dat volgens mij erg relevant is voor Nederlandse opvattingen die stellen dat we allemaal zoveel mogelijk hetzelfde moeten zijn….

“Om een eenheid te vormen en samen te stellen, in het bijzonder een scheppende eenheid, moeten de bestanddelen noodzakelijkerwijs verschillen, ja in zekere zin moeten zij elkaars tegengestelde zijn. Twee gelijksoortige bestanddelen zullen nooit in staat zijn een geheel te vormen, of op zijn best blijft zulk een geheel onvruchtbaar. Man en vrouw worden één, een lichamelijk, een geestelijk creatieve eenheid, krachtens hun ongelijk-zijn. […] Een aantal gelijke voorwerpen vormen geen geheel; een paar sigaretten kunnen er ook drie of negen zijn. Een kwartet is een eenheid omdat het uit ongelijke instrumenten in samengesteld. Een orkest is een eenheid, en als zodanig kan het volmaakt zijn, maar twintig contrabassen die dezelfde melodie spelen vertegenwoordigen de chaos. […]
De ontmoeting die ik in Afrika beleefde met een ander ras dat wezenlijk verschilde van het mijne, werd tot een geheimzinnige uitbreiding van mijn wereld. Mijn eigen stem en lied in het leven kregen er daar een tweede stem bij, en werden voller en rijker in de samenzang” (pag. 10-11).

Relevante theologie

Het boek van Vincent Donovan over evangelisatie onder de Masai laat duidelijk zien dat het gaat om het relevant maken van het Evangelie voor de mensen daar, in de situatie waarin zij zijn. Ik ben wat artikelen en boeken aan het lezen rond dat onderwerp. Ik vind het een spannende vraag hoe ik straks in Zuid-Soedan studenten en voorgangers kan helpen bij het doordenken van hun eigen situtie in het licht van het de bijbelse boodschap.

Maar een relevante theologie is niet alleen nodig in Afrika of op het zuidelijk halfrond. Hoe contextueel zijn we als kerk in Nederland eigenlijk? Ik trek het maar even breed: is onze christelijke theologie relevant als het gaat om (moderne) vragen over werk en vrije tijdsbesteding, relaties, sex en opvoeding? Zijn we als christenen genoeg toegerust als het gaat om de waarheidsclaim van andere godsdiensten of een relativistisch en seculier denkkader? We hebben al snel een mening over de verhouding tussen kerk en cultuur in Afrika, maar hoe relevant is onze eigen Nederlandse theologie? Dit zijn vragen waar ik niet zo snel een antwoord op heb, maar ik maak me er wel zorgen over.

Zeventien jaar geleden zei bisschop John V. Taylor: “Does our Christianity make any difference to our citizenship in the secular world? […] Making the connection between doctrine and normal experience has become for me the most urgent task of mission.” (IBMR, April 1993, pag. 61).

An African Creed

Ik ben het boek ‘Christianity Rediscovered’ van Vincent Donovan aan het lezen. Ik had er al veel over gehoord en over gelezen, maar nog niet het boek zelf. Het is een boeiend onderwerp: contextualisatie. Aan het eind van het boek (ik heb stiekem al vooruit gebladerd) geeft hij een prachtige Masai-geloofsbelijdenis gebaseerd op die van Nicea. Dit is ‘m:

“We believe in the one High God, who out of love created the beautiful world and everything good in it. He created man and wanted man to be happy in the world. God loves the world and every nation and tribe on the earth. We have known this High God in darkness, and now we know him in the light. God promised in the book of his word, the bible, that he would save the world and all the nations and tribes.

We believe that God made good his promise by sending his son, Jesus Christ, a man in the flesh, a Jew by tribe, born poor in a little village, who left his home and was always on safari doing good, curing people by the power of God, teaching about God and man, showing the meaning of religion is love. He was rejected by his people, tortured and nailed hands and feet to a cross, and died. He lay buried in the grave, but the hyenas did not touch him, and on the third day, he rose from the grave. He ascended to the skies. He is the Lord.

We believe that all our sins are forgiven through him. All who have faith in him must be sorry for their sins, be baptized in the Holy Spirit of God, live the rules of love and share the bread together in love, to announce the good news to others until Jesus comes again. We are waiting for him. He is alive. He lives. This we believe. Amen”